Zet vertalers in de schijnwerpers!

De prestigieuze Martinus Nijhoff Vertaalprijs is dit jaar toegekend aan Jeanne Holierhoek. Begin vorige maand werd dit bekendgemaakt, maar in de landelijke dagbladen is daar gek genoeg weinig ruchtbaarheid aan gegeven. Geheel ten onrechte. Goede vertalers als Jeanne Holierhoek beheersen een moeilijk ambacht.

De zeventigjarige Jeanne Holierhoek vertaalt al lang vanuit het Frans naar het Nederlands. Romans, zoals die van Michel Tournier en Marie NDiaye, maar ook filosofische werken van Montesquieu en René Descartes. Haar ‘vertaaloeuvre’ omvat zo’n negentig literaire en filosofische vertalingen, van om en nabij vijftig auteurs. Met recht wordt de Martinus Nijhoff Vertaalprijs aan deze ‘grande dame’ van het vertalen Frans-Nederlands toegekend. Al eerder werd zij als vertaler gehuldigd. Ze ontving in 2001 de ‘Chevalier de l’ordre des arts et des lettres in Frankrijk’, in 2007 kreeg ze de prestigieuze Dr. Elly Jafféprijs en in 2011 werd aan haar de eerste Europese Literatuurprijs toegekend. Alleen de Martinus Nijhoff vertaalprijs kon ze nog niet op haar conto schrijven.

De Martinus Nijhoff Vertaalprijs werd in 1955 in het leven geroepen. De prijs van 35 duizend euro gaat naar een vertaler die vertaalt vanuit een andere taal naar het Nederlands. Eens in de vijf jaar gaat de prijs ook naar een vertaler die uit het Nederlands vertaalt. Het prijzengeld is niet gek als je de hoogte ervan vergelijkt met die van Libris Literatuur Prijs, de jaarlijkse prijs voor het beste Nederlandstalige literaire fictieboek. Hier krijgt de prijswinnaar 50 duizend euro. Het prijzengeld van oorspronkelijk en vertaald werk staat zodoende in een alleszins redelijke verhouding tot elkaar.

Berichtje

Hetzelfde geldt voor de BookSpot Literatuurprijs, sinds maart 2018 de nieuwe naam van de ECI Literatuurprijs die weer de nazaat is van de AKO Literatuurprijs. De BookSpot Literatuurprijs is ondergebracht bij de Stichting Jaarlijkse Literatuurprijs voor fictie en non-fictie. Ook hier gaat de winnaar met 50 duizend euro naar huis.

De erkenning van de winnende vertaler zien we echter niet terug in de publiciteit, zeker niet in de printmedia. Toen op 2 maart werd bekendgemaakt dat dit jaar Jeanne Holierhoek was uitverkoren, werd dat door de landelijke kranten niet opgepikt. NRC Handelblad drukte een kort bericht af, maar ja, hoe hadden ze dat kunnen weigeren. Het Prins Bernhard Cultuurfonds, belast met de Martinus Nijhoff Vertaalprijs, had daags na de bekendmaking in een dure annonce op de voorpagina van deze krant kond gedaan van de winnaar.

Als ik het wel heb, wijdden andere kranten als de Volkskrant, Trouw en Het Parool dit jaar zelfs geen letter aan de toekenning van de Martinus Nijhoff Vertaalprijs! Dat is toch wel merkwaardig. Jeanne Holierhoek heeft als prijswinnaar illustere voorgangers. Ik noem slechts Arthur Langeveld, Thérèse Cornips en August Willemsen, maar de volledige ‘hall of fame’ van eminente vertalers is ronduit indrukwekkend. Gezamenlijk geven zij gewicht aan de prijs die is vernoemd naar de grote dichter en vertaler Martinus Nijhoff. Ook wordt duidelijk dat het Nederlandse taalgebied – gelegen tussen veel grotere taalgebieden als die van Duitsland, Engeland en Frankrijk – een traditie kent om op zorgvuldige wijze buitenlandse romans en filosofie naar het Nederlands te vertalen. Het accent lag bij de Martinus Nijhoff Vertaalprijs lange tijd bij vertaald literair werk. Er lijkt evenwel sprake van een kentering, want lees je het juryrapport van dit jaar – uitgebracht onder voorzitterschap van Maarten Asscher – dan wordt nu in de beoordeling ook het vertaalde filosofische werk meegenomen.

Multidimensionaal spel

In het juryrapport is zelfs een fragment uit Montesquieus hoofdwerk ‘De l ‘esprit des lois’ (‘Over de geest van de wetten’) afgedrukt, gevolgd door de eigentijdse Nederlandse vertaling van Holierhoek.

J’ai dit que la crainte poilerait les hommes à se fuir, mais les marques d’une crainte réciproque les engageraient bientôt à s’approcher. D’ailleurs ils y seraient portés par le plaisir qu’un animal sent à l’approche d’un animal de son espèce. De plus, ce charme que les deux sexes s’inspirent par leur difference, augmenterait ce plaisir, et la prière naturelle qu’ils se font toujours l’un à l’autre, serait une troisième loi. (Livre 1, chap. 2)

‘Ik beweerde zojuist dat de vrees mensen ertoe brengt elkaar te ontvluchten, maar de tekenen van wederzijdse vrees brengen dan toch weldra weer een toenadering tot stand. Die wordt trouwens bevorderd door het plezier dat een levend wezen ervaart wanneer er een soortgenoot in zijn buurt komt. En dat plezier wordt nog vergroot door de aantrekkingskracht die de beide seksen dankzij hun verschil op elkaar uitoefenen; dit natuurlijke, niet aflatende verlangen wordt daarmee dus een derde wet.’ (p. 44)

De jury van de Martinus Nijhoff Vertaalprijs looft het vertaaloeuvre van Jeanne Holierhoek. Vertalen is voor haar ‘niet zomaar een overzichtelijke, tweedimensionale legpuzzel, waarin de deeltjes “inhoud” en “taal” in elkaar moeten passen, maar een multidimensionaal spel waarin naast de inhoud ook andere factoren een rol spelen’. Die andere factoren zijn: de tijd, de taal, de plaats, en een zeker engagement.

‘Een multidimensionaal spel’, dat klinkt modieus. Holierhoek drukt zich eenvoudiger uit. Zo verklaarde zij tijdens de Vertaaldagen op 15 december 2017, met als thema ‘Empathie versus grammatica’: ‘Vertalen doe je met woorden. Je hoeft als vertaler niet eens meer iets te verzinnen, dat is al gedaan, het verhaal is al verteld, opbouw en stijl zijn al gegeven, je hoeft alleen maar de juiste woorden en de passende zinsconstructies in je eigen taal te vinden. En dat is overigens al moeilijk genoeg!’

Bescheidenheid lijkt Holierhoek parten te spelen. In het juryrapport, waarin diepgaand de keuze voor de laureaat wordt beargumenteerd, worden de factoren aangestipt die de ‘vertaalmoeilijkheidsgraad’ van een tekst bepalen: ingewikkelde syntaxis, moeilijke woordenschat, stijlvariaties en registerwisselingen, gelaagdheid van de tekst, muzikaliteit of toon van de tekst. Ga er maar aanstaan als vertaler.

Cover Drie vrouwen

Ambacht

In beginsel gaat Jeanne Holierhoek als vertaler uit van het boek als autonoom werk. Op de Vertaaldagen in december huldigde zij het volgende standpunt: ‘Ik volg […] de literatuurwetenschap, die de tekst loskoppelt van de schrijver.’ En je kunt je als vertaler interesseren voor een bepaalde schrijver, haar of hem proberen te begrijpen maar je dient je beslist niet met diegene te identificeren. Als toelichting voegt ze daaraan toe: ‘[…] volgens Proust en ook volgens mij kunnen we blijven graven in iemands levenservaringen, dat levert niets op als we willen proberen een literaire tekst te doorgronden.’

Bij het vertalen van het werk van Marie Ndiaye ontleende Holierhoek als vertaler haar genoegen vooral aan de techniek, zo verklaarde zij tijdens genoemde Vertaaldagen. ‘Bij de lange, gecompliceerde zinnen, de heel precieze en genuanceerde woordkeus. Natuurlijk denk je dan intussen na over de inhoud, maar het is toch veelal een kwestie van synoniemen zoeken, een ritme uitproberen, een zin omgooien, dat soort dingen. En mijn arbeidsvreugde haalde ik uit mijn taalvondsten.’

Goed begrijpen en goed vertalen zijn twee verschillende dingen, aldus Holierhoek. Goed vertalen is een ambacht, voeg ik daaraan toe. Een nauwgezette vertaler probeert recht te doen aan de stijl van een schrijver. Hoe hevel je het ritme van diens tekst over in de vertaling? Welke passende equivalenten kies je voor diens woordkeuzen? In het juryrapport wordt aangehaald wat Holierhoek in haar nawoord van ‘Over de geesten van de wetten’ zegt: vertalen vergt bij dit soort teksten veel interpretatiewerk. Als vertaler mag je vervolgens een ‘niet al te schichtig-getrouwe omgang met de vorm’ aan de dag leggen, maar je moet je ook weer niet ontpoppen als ‘een joviale keuvelaar’. Kortom, kijk uit dat je toegeeft aan al te vlotte formuleringen en de taalmodes van het moment. Aan de oorspronkelijke tekst moet recht worden gedaan.

Daarover nadenken kost tijd. Dat kan niet anders. Tegelijkertijd wordt vertaalwerk door uitgevers erg slecht betaald. Daar voeren ze hun economische redenen voor aan, maar het maakt wel dat vertalen meestal neerkomt op liefdewerk.

Broddelwerk

Lang niet alle vertalingen die in het Nederlands verschijnen, hebben de kwaliteit van die van Jeanne Holierhoek. Soms wordt broddelwerk afgeleverd, zeker als onder grote tijdsdruk wordt vertaald. Neem ‘Vuur en woede’, de Nederlandse vertaling van ‘Fire and Fury’ van Michael Wolff, het ontluisterende inkijkje in het Witte Huis van Donald Trump. Uitgeverij Prometheus, bij monde van directeur Mai Spijkers, wilde dit boek zo snel mogelijk ‘op de Nederlandse markt’ uitbrengen. Daartoe liet hij dit – niet eens al te dikke boek – door zes (!) vertalers vertalen. Ik neem aan dat elke vertaler een portie tekst voor haar of zijn rekening kreeg en dat een van hen de supervisie had. Je kun eraan aflezen dat het een haastklus was. Willekeurig voorbeeld, een passage die gaat over de aanname van Trump dat vrouwen hem beter begrijpen dan mannen:

‘Vooral vrouwen die zich presenteerden als tolerant tegenover, onverschillig voor, geamuseerd door of geharnast tegen zijn vanzelfsprekende seksisme en zijn voortdurend seksueel getinte omgangsvormen – die op de een of andere manier schurend detoneerden met een eveneens aanwezige vaderlijke genegenheid – waren daar goed in.’

Wat zich hier wreekt is wat Holierhoek ‘een al te schichtig-getrouwe omgang met de vorm’ noemt. Had een vertaler meer tijd gekregen, dan was deze zin in het Nederlands beter voor de dag gekomen. Bijvoorbeeld door hem op te delen in twee opeenvolgende zinnen.

Zoals gezegd is voor veel vertalers het vertaalwerk in de eerste plaats liefdewerk. Zij houden van taal, houden van hun ambacht, en zijn bereid om tegen een hongerloontje mooie boeken voor een breed publiek toegankelijk te maken in het Nederlands. Hoe een vertaler als Jeanne Holierhoek te werk gaat, maakt dat duidelijk. Het juryrapport van de Martinus Nijhoff Vertaalprijs spreekt daar uitvoerig over.

‘Ballen’

Vertalers verdienen een hogere status, juist omdat we als klein talig land zo afhankelijk van ze zijn. Nu staan ze hoofdzakelijk bekend als waterdragers van buitenlandse fictie en non-fictie. Waarom geven critici in kranten en publieksbladen niet standaard aandacht aan de kwaliteit van een vertaling? Als het al gebeurt, dan beperkt zich dit meestal tot een bijzin in een boekbespreking. Net als de beoordeling van de inhoud van een boek kan de kwaliteit van een vertaling worden uitgedrukt in één tot vijf ‘sterren’ of ‘ballen’. Uitgevers op hun beurt kunnen in brochures vertalers voor het voetlicht brengen, al is het maar beknopt.

De geringe interesse van met name de landelijke dagbladen voor de Martinus Nijhoff Vertaalprijs kan onder meer verklaard worden door de onzichtbaarheid van vertalers. Voor recensenten en uitgevers is hier een taak weggelegd. Maar ook voor de vertalers zelf! Die kunnen af en toe gerust de boer opgaan. Zoals de aimabele Jeanne Holierhoek in een YouTube-filmpje op de site van het Prins Bernhard Cultuurfonds zegt: ‘Als het enigszins kan, dan klim ik een podium op om iets te vertellen. Juist om de vertaler wat zichtbaarder te maken.’

Woensdag 4 april krijgen de media een herkansing om alsnog te berichten over de winnaar van de Martinus Nijhoff Vertaalprijs. Die avond staat in het teken van de vertalingen van Jeanne Holierhoek. Zij klimt dan een podium op.

__________________________

Op woensdag 4 april wordt de toekenning van de Martinus Nijhoff Vertaalprijs gevierd met een feestelijk programma rondom het vertaalwerk van Jeanne Holierhoek en de Franse taal.
Organisatie: Spui25.
Locatie: Spui 25-27 in Amsterdam, van 20.00 tot 21.30 uur. Gratis toegang, wel graag vooraf aanmelden.

Foto Jeanne Holierhoek: Sacha de Boer

Jelle Jeensma

Schrijver Jelle Jeensma

Als journalist publiceerde ik over uiteenlopende onderwerpen, maar vooral over film, literatuur en onderwijs. Ik redigeerde boeken, tijdschriften, brochures en artikelen. Van diverse filmbladen en universiteitsbladen was ik hoofd- of eindredacteur. Bij een dagblad was ik chef kunst. Als freelancer werkte ik voor verschillende journalistenbureaus. Als ghostwriter kroop ik in de huid van anderen en schreef ik zowel persoonlijke als zakelijke stukken.

Bekijk de essays van Jelle Jeensma

Reageer ook One Comment

  • Bob Lagaaij schreef:

    Goed Jelle, deze zorgvuldige aandacht. Is je overigens opgevallen dat in de toch al vaak beknopte dag- en weekbladrecensies (wie leest die trouwens nog?) vrijwel nooit aandacht is voor de vertaling? Merkwaardiger- (en verheugender-)wijs geeft Lidewijde Paris die weer wel in haar boekbesprekingen tijdens Nieuwsweekend, zaterdagochtend op NPO 1

Uw reactie

%d bloggers liken dit: