Woordgreep 7: Ban het woord ‘vluchtelingenstroom’

Door 20 oktober 2015schrijven en lezen

Woordgreep

De media strooien dezer dagen kwistig met het woord ‘vluchtelingenstroom’. In grote golven, als een tsunami, komen vluchtelingen onze kant op. Om ons, burgers van Nederland, mee te sleuren, te verdrinken, te vernietigen. Vluchtelingenstroom staat gelijk aan een grote bedreiging.

Nederland is een land dat is veroverd op het wassende water. Vanaf de vroege middeleeuwen wierpen bewoners van onze drassige delta dijken tegen het water op. Dat gebeurde eendrachtig. Zo is onze consensuscultuur ontstaan; het poldermodel. Historicus Herman Pleij kan daar smakelijk over vertellen.

Nederland is aangeharkt, kunstmatig aangelegd. Polders zijn ingedeeld volgens rechte lijnen. In de rivierdelta is de loop van slingerende rivieren afgesneden.

Tegenwoordig zien we in het landschap, hoewel nog niet in het onze, lange rijen vluchtelingen. Ze kloppen op de poort van Europa en ze willen naar ons land. In hun aanblik, te voet langs een autoweg in Midden-Europa, zien we ze stroomafwaarts gaan.

Lava

Klaus Theweleit besteedt in zijn tweedelige boek ‘Männerphantasien’ (waarvan in het Nederlands een beknopte editie verscheen met de titel ‘Mannenfantasie’) aandacht aan ‘stromen’. Hij doet dat door de man in de geschiedenis tegenover de vrouw te plaatsen. Het is een hoogst vermakelijk boek. Niet zozeer door de vele psychoanalytische duidingen van deze grondrelatie door de eeuwen heen, maar eerder door de vele fascinerende illustraties (foto’s, prenten, cartoons, enz.) waarmee zijn boek rijkelijk is gevuld.

‘De man’ is bang voor alles wat stroomt en dat geldt al helemaal voor de ‘fascistische’ soldaat, die centraal staat in Theweleits historisch onderzoek. Hij heeft tal van geschriften (dagboeken, brieven, romans) van Duitse soldaten uit de Tweede Wereldoorlog bestudeerd. Volgens hem zijn ze geblokkeerd in hun gevoelsleven (dat komt door de harde opvoeding die ze hebben gehad). Maar ergens diep in hen zit hete lava, die soms in een plotselinge eruptie een uitweg vindt. Zoals bij een vulkaan.

De Duitse soldaat valt samen met zijn wapen. Dat wapen (mitrailleur, kanon) wordt een verlengstuk van hem. Door de loop van zijn schiettuig kan de lava – opgekropte emoties in de vorm van agressie – een uitweg vinden.

Bij Theweleit is de vijand van de man de vrouw. Zij staat voor alles wat stroomt, zij staat voor erotiek. Hilarisch is de cartoon waarbij een tegenstandster haar schaamdelen toont en Duitse soldaten in paniek wegvluchten.

Bange burgers

Theweleit heeft zijn boek opgetrokken in het drijfzand van de psychoanalyse, maar ik moest er aan denken bij de huidige discussie over vluchtelingenstromen. De vluchteling niet als vrouw maar als man: als testosteronbom.

Wij worden bang gemaakt voor die zogenaamde vluchtelingenstromen. Verbijsterend zijn de televisiebeelden waarin bange burgers onverbloemd over vluchtelingen spreken als dieven, verkrachters, kinderlokkers – die de ruif van onze sociale voorzieningen leegvreten.

Zolang de media – kranten, televisie – blijven reppen over aanzwellende vluchtelingenstromen is dat koren op de molen van gefrustreerden. Het wordt tijd dat deze vluchtelingen een gezicht krijgen, dat ze zélf aan het woord worden gelaten. Dat gebeurt tot nu toe mondjesmaat. Ze worden overschreeuwd door bange burgers en weinig stoere politici. Laat vluchtelingen hun verhaal vertellen. Dan komen we er achter dat het gewoon mensen zijn – zoals wij. Alleen zijn zij van huis en haard verdreven.

Taal is niet waardevrij en dat geldt zeker voor het woord vluchtelingenstroom. Dat heeft slechts metaforische betekenis. Het roept angst en dreiging op. De media zouden zich eens achter het oor moeten krabben en een beter woord verzinnen. Ik doe een voorzetje: migranten.

Publicatiedatum: 20 oktober 2015

Jelle Jeensma

Schrijver Jelle Jeensma

Als journalist publiceerde ik over uiteenlopende onderwerpen, maar vooral over film, literatuur en onderwijs. Ik redigeerde boeken, tijdschriften, brochures en artikelen. Van diverse filmbladen en universiteitsbladen was ik hoofd- of eindredacteur. Bij een dagblad was ik chef kunst. Als freelancer werkte ik voor verschillende journalistenbureaus. Als ghostwriter kroop ik in de huid van anderen en schreef ik zowel persoonlijke als zakelijke stukken.

Bekijk de essays van Jelle Jeensma

Uw reactie

%d bloggers liken dit: