Woordgreep 6: Steevast is een blijvertje

Door 13 oktober 2015schrijven en lezen

Woordgreep

Soms maalt er een woord in je hoofd en vervolgens lees je het overal. In kranten en tijdschriften. Het woord ‘steevast’ is er zo eentje: een boekenwoord dat is wakker gekust.

Het kan een kwestie zijn van wat in de psychologie ‘selectieve perceptie’ heet. Richt je aandacht zich bewust en gericht op een ding of een woord, dan zie en hoor je het overal om je heen. Het ding of het woord lijkt alom aanwezig. Natuurlijk is dat niet zo. Je filtert de werkelijkheid op dat ene.

Het woord ‘steevast’ is een woord dat al in de middeleeuwen werd gebruikt. Nicoline van der Sijs dateert het in haar ‘Chronologisch woordenboek’ (2001) uit de vijftiende eeuw, om precies te zijn ergens tussen 1401 en 1450. Oorspronkelijk betekent het ‘bestendig’.

J. de Vries geeft in zijn ‘Nederlands Etymologisch Woordenboek’ (1971) aan dat steevast letterlijk ‘op de plaats vastblijvend’ betekent; stede staat voor ‘stad’. Honkvast, zeg maar.

Tegenwoordig betekent steevast nog steeds bestendig en verder: altijd, beslist, geregeld.

Boekenwoord

Volgens mij is het woord steevast uit een sluimer ontwaakt. Let er maar eens op, je komt het in alle printmedia tegen. Niet alleen in kranten en tijdschriften, maar ook in literaire teksten duikt het op. Je kunt je voorstellen dat zo’n uitgesproken boekenwoord, archaïsch als het is, binnen de literatuur maniëristisch wordt gebruikt. Als ik mij niet vergis, is dat de afgelopen tijd toch weinig het geval geweest. Toegegeven, ik heb het laatste jaar een beperkt aantal romans gelezen en voor mijn onderzoek put ik uitsluitend hieruit. Voorbeeld: in het zeer literair geschreven ‘Jij zegt het’ van Connie Palmen komt het, dacht ik, niet voor. Palmen is niet gevallen voor de hype van steevast.

Winterslaap

Opvallend is dat steevast nog niet lijkt te zijn doorgebroken in de sociale media. De verklaring kan zijn dat de daar gebezigde taal nog het meest aanschurkt tegen de spreektaal. En we zeggen nog niet: ‘Elke dag sta ik steevast monter op.’ Komt daar verandering in? Je gaat het soms denken. Zo lees ik in het laatste nummer van het tijdschrift Psychologie Magazine het volgende citaat: ‘Mijn nachtelijke activiteiten gingen steevast ten koste van de kwaliteit van mijn slaap.’ Let wel, hier wordt iemand aangehaald.

Heb je iemand zich ooit zo horen uitdrukken? Of is door een redacteur van het tijdschrift dit boekenwoord een geïnterviewde in de mond gelegd? Het lijkt erop. Als dit veelvuldig in de printmedia gebeurt, kan het ertoe leiden dat mensen steevast in hun mondelinge communicatie metterdaad gaan gebruiken.

Steevast is een oud woord dat af en toe wordt wakker gekust, op papier gezet, en wie weet in de mond genomen. Om daarna weer eens een tijdje te vernevelen, een winterslaap te gaan houden, om ooit weer op de voorgrond te treden. Steevast is inderdaad bestendig.

Publicatiedatum: 13 oktober 2015

Jelle Jeensma

Schrijver Jelle Jeensma

Als journalist publiceerde ik over uiteenlopende onderwerpen, maar vooral over film, literatuur en onderwijs. Ik redigeerde boeken, tijdschriften, brochures en artikelen. Van diverse filmbladen en universiteitsbladen was ik hoofd- of eindredacteur. Bij een dagblad was ik chef kunst. Als freelancer werkte ik voor verschillende journalistenbureaus. Als ghostwriter kroop ik in de huid van anderen en schreef ik zowel persoonlijke als zakelijke stukken.

Bekijk de essays van Jelle Jeensma

Uw reactie

%d bloggers liken dit: