Woordgreep 4: Woorden komen en gaan

Door 29 september 2015schrijven en lezen

Woordgreep

Nederlanders gaan vooral creatief met hun moerstaal om door het bedenken van nieuwe samengesteld zelfstandige naamwoorden. Bij de verkiezing van ‘het woord van het jaar’ gaat het eigenlijk altijd om dit soort samengestelde woorden. Vorig jaar was de winnaar ‘dagobertducktaks’. Dit jaar is ‘dieselleugen’ wat mij betreft een serieuze kandidaat voor de uitverkiezing.

Dagobertducktaks is een speciale belasting geheven over het vermogen van superrijke mensen. Leuk gevonden. Net als het Engels biedt de Nederlandse taal de mogelijkheid tot een oneindig aantal verbindingen tussen twee zelfstandige naamwoorden. Andere samenvoegingen zijn trouwens ook mogelijk. Zo konden we een paar dagen geleden ‘sjoemelvolkswagen’ horen.

Geniepig

Het nieuws is bekend. Volkswagen sjoemelt met haar auto’s die op diesel lopen. Er is gemanipuleerd met de Europese norm voor vervuiling. De software is geniepig afgesteld, zodat de forse overschrijding wordt gemaskeerd. Niet alleen Volkswagen maakt zich hier, naar nu blijkt, schuldig aan, maar deze Duitse autokolos staat wel in het bijzonder in het beklaagdenbankje.

In het Nederlands plakken we, in het geval van samengesteld zelfstandige naamwoorden, zo mogelijk alles tegen elkaar aan. Alleen als de betekenis onduidelijk wordt, komt er tussen sommige gedeelten een tussenstreepje, beter gezegd: een koppelteken. Dat is in het geval van twee opeenvolgende klinkers: de een als laatste letter van het ene deel en de ander als eerste letter van het tweede deel. Twee voorbeelden: mede-inzittende en auto-ongeluk. Een koppelteken komt typografisch overeen met het afbreekstreepje.

Vaarwater

Bij het gesjoemel met de vervuilingsoverschrijding door dieselauto’s wordt de verontwaardiging hierover goed samengevat in het woord ‘dieselleugen’. Het stond afgelopen zaterdag op de voorpagina van de Volkskrant. Het mooie van dieselleugen is dat het zich niet beperkt tot de Volkswagenfabrikant, maar zich uitstrekt tot alle autofabrikanten die jarenlang fraude hebben gepleegd. Of scherper gesteld: miljoenen mensen hebben blootgesteld aan kankerverwekkende stoffen in de lucht. In het vaarwater van de dieselleugen worden talloze nieuwe, aanverwante woorden bedacht, zoals ‘dieselgate’, ‘sjoemelsoftware’ en ‘uitstootschandaal’.

Buitenissig

Een samengesteld zelfstandig naamwoord maakt meer kans op overleven als het met emotie is geladen. Neem het woord ‘kopvoddentaks’ van Geert Wilders, die pleitte voor een belasting op hoofddoekjes. Je hoort het af en toe nog wel. Maar een woord, ook uit de gelederen van de PVV, als ‘Polenmeldpunt’ is een zachte dood gestorven. Een verklaring daarvoor zou ik niet zo snel kunnen geven, want zowel kopvoddentaks als Polenmeldpunt blinkt uit in buitenissigheid.

Ze zijn misschien te geforceerd bedacht. Mensen hebben dat door. Ook Lodewijk Asscher, PvdA-minister en vicepremier in het huidige kabinet, bedacht vrijdag in zijn Drees-lezing een nieuw woord: ‘kopvoetermaatschappij’. Hij wilde hiermee het schrikbeeld schetsen van een samenleving zonder middenklasse. Hij werd geïnspireerd door kleutertekeningen waarbij armen en benen direct aan het hoofd zijn getekend. Zo’n tekening heet een ‘kopvoeter’.

Maatschappelijke storm

Kopvoetermaatschappij wordt door Asscher ingezet als strategie. Maar het werkt niet. Het woord bekt niet. Er zit geen gevoel in, het swingt niet, het is niet evocatief. Het is niet creatief. En je krijgt het al helemaal niet uit je strot. Nee, neem dan dieselleugen, dat volgens mij al die aspecten wél in zich draagt. Een goede kandidaat voor het woord van jaar 2015. Hoewel ik ook weer niet vermoed dat dieselleugen het woordenboek gaat halen. Daarvoor is het toch te veel verbonden met de huidige maatschappelijke storm die ontstaan is rond dit fraudeschandaal. En als de storm gaat luwen, hebben we voor het latere spraakgebruik het woord dieselleugen niet meer nodig. Woorden komen en gaan.

publicatiedatum: 29 september 2015

Jelle Jeensma

Schrijver Jelle Jeensma

Als journalist publiceerde ik over uiteenlopende onderwerpen, maar vooral over film, literatuur en onderwijs. Ik redigeerde boeken, tijdschriften, brochures en artikelen. Van diverse filmbladen en universiteitsbladen was ik hoofd- of eindredacteur. Bij een dagblad was ik chef kunst. Als freelancer werkte ik voor verschillende journalistenbureaus. Als ghostwriter kroop ik in de huid van anderen en schreef ik zowel persoonlijke als zakelijke stukken.

Bekijk de essays van Jelle Jeensma

Uw reactie

%d bloggers liken dit: