'Ontspullen' is een verrijking van onze taal

Ontspullen.jpg

Twee jaar geleden deed een nieuw woord zijn intrede: ontspullen. En het is met een heuse opkomst bezig, je hoort het inmiddels overal om je heen. Het betekent zoiets als: je ontdoen van spullen die feitelijk overbodig zijn.

Trendwatcher James Wallman muntte de term ‘stuffocation’, een samentrekking van ‘stuff’ en ‘suffocation’. Stikken in de spullen, zeg maar. En dat is wat veel mensen in de westerse wereld doen: omkomen in overbodige spullen, die behalve de zolder ook de onderliggende verdiepingen en de begane grond van een huis vullen. Iedereen heeft wel die ervaring: je gaat verhuizen en op dat moment kom je er achter dat je veel ‘troep’ eigenlijk al jaren geleden in de container had kunnen gooien. Of had kunnen uitstallen op een vrijmarkt; iets wat enorm veel Nederlanders graag doen. Andere Nederlanders schaffen die overbodige kleren, oud speelgoed en aftandse hebbedingetjes dan weer aan, voor een grijpstuiver, om er in een kast in huis een plaatsje voor vrij te maken. Daar kan de aanschaf opnieuw verstoffen.

Spullenmoe

Zaterdag stond er in het katern ‘de Verdieping’ van dagblad Trouw een artikel over ‘ontspullen’, waarvan de kop luidde ‘Je huis leger, je hoofd leger’. Strekking van het verhaal: spullen drukken op je, ze leiden tot stress. Daarom zijn steeds meer mensen ‘spullenmoe’.

De populariteit van het nieuwe woord ‘ontspullen’, dus de vrije Nederlandse vertaling van ‘stuffocation’, ligt in het toenemende besef in de samenleving dat materiële rijkdom niet per definitie gelijk staat aan geestelijke rijkdom. Integendeel, maak de kamers in je huis leger en er is weer meer ‘ruimte’ voor nieuwe ervaringen.

Creatieve daad

Het is fascinerend om te zien hoe zo’n nieuw woord zich in ons taalgebruik nestelt. Allereerst is hier natuurlijk sprake van een creatieve daad: het voorvoegsel ‘ont’ wordt gekoppeld aan ‘spullen’ – dingen, voorwerpen – waarvan het enkelvoud ‘het spul’ een afwijkende betekenis heeft. Bijvoorbeeld in de zin: “Hoeveel heb je voor dat spul betaald?’ Hier betekent het: ‘die boel’, dat goedje’.

Meestal zien we nieuwe woorden ontstaan als het voorvoegsel ‘ont’ wordt geplakt aan een werkwoord. Dergelijke woorden bestaan er in overvloed en worden al eeuwen lang gebruikt. Daarbij kan het gebruik van ‘ont’ leiden tot verschillende betekenissen. Zo betekent ‘ontsluiten’: openen. Vaak behelst dit voorvoegsel dus het tegenovergestelde van het bijgaande werkwoord. Maar ook andere betekenissen zijn mogelijk, zoals in ‘ontnuchteren’, waarin het voorwoord het begin van een handeling aangeeft.

Onthaasten

Het was in 1997 dat Margreeth de Boer, toenmalig minister in het eerste paarse kabinet, een nieuw woord lanceerde, dat tegenwoordig volstrekt is ingeburgerd: ‘onthaasten’. Het betekent het bewust kiezen voor een meer ontspannen levenswijze, tegen de hectiek van het drukke leven (gezin, baan), door bijvoorbeeld minder te gaan werken of door je minder aan prikkels  (informatieovervloed) bloot te stellen. Qua betekenis wijst ontspullen in dezelfde richting als onthaasten. Alleen is  ontspullen in zoverre bijzonder dat voor het eerst, als ik mij niet vergis, het voorvoegsel ‘ont’ niet wordt verbonden aan een werkwoord maar aan een woord dat we uitsluitend kennen in het meervoud (een ‘plurale tantum’, noemen taalkundigen dat). Zoals in ‘Ik heb de mazelen’ of ‘Lees dat maar in de notulen’.

Ontspullen is als creatie een nieuwe loot aan de stam van de Nederlandse taal. Dat is niet zonder ironie, want waarom weer een extra woord? Moet ook de taal niet af en toe ontspuld worden? Nee, onze taal maakt immers geen deel uit van ons materiële maar van ons geestelijk bestaan. Verfijningen in het taalgebruik, preciezere manieren om ons uit te drukken, zijn altijd toe te juichen.

Publicatiedatum: 7 maart 2016

Jelle Jeensma

Schrijver Jelle Jeensma

Als journalist publiceerde ik over uiteenlopende onderwerpen, maar vooral over film, literatuur en onderwijs. Ik redigeerde boeken, tijdschriften, brochures en artikelen. Van diverse filmbladen en universiteitsbladen was ik hoofd- of eindredacteur. Bij een dagblad was ik chef kunst. Als freelancer werkte ik voor verschillende journalistenbureaus. Als ghostwriter kroop ik in de huid van anderen en schreef ik zowel persoonlijke als zakelijke stukken.

Bekijk de essays van Jelle Jeensma

Uw reactie

%d bloggers liken dit: