Journalistieke stelregel 1: Een goede kop heeft smoel

Journalistieke stelregel 1.jpg

Koppen maken is een vak apart. Je moet er heel wat voor in huis hebben. Zo is fijngevoeligheid voor taal een must. Sowieso is een goede algemene ontwikkeling een vereiste. Journalistiek instinct is onontbeerlijk, maar eigenlijk moet je ook regelmatig poëzie lezen.

Voor velen is het ’s ochtends een ritueel. Je hebt weinig tijd, want je moet zo direct naar je werk, maar je snelt onder de koffie alvast wat koppen uit de krant. Koppen geven direct informatie over een artikel. Aan de hand van de koppen neem je in compacte vorm het nieuws van die dag tot je. Ook kun je aan de hand van een kop bepalen of het onderwerp je interesseert. Zo zou het moeten zijn.

Dagbladen doen er van alles aan om hun lezers te behouden. En om nieuwe lezers te trekken. Dat doen ze tegenwoordig veelal met lifestyle en entertainment (zeker met de weekendedities), maar ook koppen worden steeds belangrijker in de strijd om de dagbladlezer. Dat geldt zowel voor de papieren krant als de digitale uitgave.

Klip en klaar

Elke krant heeft een koppenbeleid. Wat voor soort kop past bij welke rubriek, bij welk genre? (zo leent een interview zich goed voor een pakkende quote boven het stuk). Tot nog niet zo lang geleden lagen die richtlijnen tamelijk stringent vast. Nieuwsartikelen dienen te worden voorzien van nieuwskoppen. Een krant als de Volkskrant heeft het roer echter een beetje omgegooid. Daar heeft de vragende zin in het koppenbeleid vaste voet aan de grond gekregen. Regelmatig zelfs op de voorpagina. Je zou zeggen: ik wil niet dat de krant zich iets afvraagt, ik wil klip en klaar van de krant horen wat het nieuws is. Vandaag in de Volkskrant geen vragende kop op de voorpagina, maar wel bij het artikel over Willem Holleeder, die vanuit het gevang de opdracht zou hebben gegeven om zijn twee zussen benevens Peter R. de Vries om te leggen: ‘Zijn kwelgeesten Holleeder nu doelwit?’

Klassieke stelregels bij het maken van koppen: het liefst kort en krachtig geformuleerd, waarbij lidwoorden doorgaans worden vermeden, met – indien aanwezig – een áctieve werkwoordsvorm (dus geen lijdende vorm), in de tegenwoordige tijd gesteld, nooit in de  toekomende tijd (want dat is luchtfietserij); en het gebruik van vraagtekens bij hoge uitzondering. Maar ja, zoals gezegd: das war einmal. Tegenwoordig lijkt alles geoorloofd, van alles wordt uit de kast gehaald om de lezer –  excusez le mot – te triggeren.

Hoofddeksel

Elke journalist die een stukje schrijft, zet er zelf een kop boven. Als suggestie voor de eindredacteur. Die laat de aangeleverde kop meestal sneuvelen en zet er een nieuwe boven. De lengte van een kop is gelimiteerd, die hangt af van het aantal kolommen waarover een artikel zich uitstrekt. Natuurlijk kan een kop over twee regels lopen, maar dat verdient geen voorkeur. Al helemaal niet in combinatie met een onderkop of bovenkop. Deze laatste wordt ook wel ‘chapeau’ genoemd, het hoofddeksel van een artikel.

In het geval de kop boven een artikel gepaard gaat met boven- of onderkop is de informatie daarin aanvullend. De onder- of bovenkop voorziet meer in de feitelijke informatie en de eigenlijke kop is de trekker; die mag swingen, verbeeldend en krachtig zijn. Het maken van dat soort koppen is voorbehouden aan bepaalde journalisten. Eindredacteuren. En niet iedereen die eindredacteur is, toont zich een goede eindredacteur. Koppen maken is een vak apart. Je moet er heel wat voor in huis hebben. Zo is fijngevoeligheid voor taal een must. Sowieso is een goede algemene ontwikkeling een vereiste. Journalistiek instinct is onontbeerlijk, maar eigenlijk moet je ook regelmatig poëzie lezen.

Lekker bekken

Ik lees De Telegraaf niet dagelijks, maar ik heb veel respect voor de koppen die daar al jaar en dag worden bedacht. Kijk eens naar de krant van vandaag. ‘Butler plukt hotelgast.’ En direct onder de kop gaat het door met: ‘De butler heeft het dit keer echt gedaan. Gasten van het prestigieuze Grand Hotel Huis ter Duin in Noordwijk zijn afgelopen jaren voor vele honderdduizenden euro’s bestolen door de persoonlijk assistent van de hoteleigenaar.’ Vooral dat ‘De butler heeft het dit keer echt gedaan’ is een vondst. En voor het nieuwsbericht waarin staat dat Douwe Bob de finale van het Eurovisiesongfestival  heeft bereikt, is als kop bedacht: ‘Douwe dendert door!’ Die drie d’s allitereren en zorgen voor ritme, dynamiek. Er zit emotie in de kop, maar deze brengt óók het feitelijke nieuws. Het uitroepteken vind ik daarentegen zwak. De lezer dient achter een goede kop zelf een uitroepteken te denken.

Wat voor rubriek dan ook, hard nieuws of verstrooiing, de belangrijkste stelregel voor een goede kop is toch wel dat ie lekker bekt. Een kop die je wakker schudt, je aandacht trekt. Die je als lezer op een bepaald spoor zet. Preciezer gezegd: die jou ertoe verleidt om het hele artikel te gaan lezen.

Publicatiedatum: 11 mei 2016

Jelle Jeensma

Schrijver Jelle Jeensma

Als journalist publiceerde ik over uiteenlopende onderwerpen, maar vooral over film, literatuur en onderwijs. Ik redigeerde boeken, tijdschriften, brochures en artikelen. Van diverse filmbladen en universiteitsbladen was ik hoofd- of eindredacteur. Bij een dagblad was ik chef kunst. Als freelancer werkte ik voor verschillende journalistenbureaus. Als ghostwriter kroop ik in de huid van anderen en schreef ik zowel persoonlijke als zakelijke stukken.

Bekijk de essays van Jelle Jeensma

Uw reactie

%d bloggers liken dit: