Hun hebben het voor het zeggen

Door 11 december 2015schrijven en lezen

Hunnen.jpg

In de vierde eeuw veroverden de Hunnen vanuit Azië een groot gedeelte van Europa. Door hun rooftochten boezemden zij destijds velen grote angst in. ‘De Hunnen komen’ is sindsdien een gevleugelde uitdrukkingen. Maar op deze plaats gaat het over een andere ‘hun’. Het gaat hier om een van de twee naamvalsvormen van het persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon meervoud. De ‘hun’ komt niet, die is er al lang.

Er zijn twee naamvalsvormen van het persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon meervoud: hen en hun. Wanneer gebruik je welke? Daar zijn stelregels voor, maar die worden door een overgrote meerderheid van de Nederlanders, in woord en geschrift, aan hun laars gelapt. Een willekeurige zin die je kunt horen, is bijvoorbeeld: “Hun komen ook naar het feest.”

Het onderscheid tussen ‘hen’ en ‘hun’ gaat oorspronkelijk terug op de tijd dat in de Nederlandse taal nog sprake was van het toepassen van naamvallen, zoals dat in het Duits nog steeds het geval is. In het Nederlands zie je dat eigenlijk alleen nog terug in zogenaamde ‘versteende uitdrukkingen’. In bijvoorbeeld een zin als ‘Zij vermoordde hem in koelen bloede’ bepaalt het voorzetsel ‘in’ de toegevoegde ‘n’ in het bijvoeglijk naamwoord ‘koele’. In navolging op het Duits ‘regeert’ het voorzetsel ‘in’ in dit geval de derde naamval.

Ezelsbruggetje

De derde naamval geeft meestal de functie van het meewerkend voorwerp weer. En de vierde naamval is de naamval van het lijdend voorwerp. Maar wie gaat daar nog bewust mee om in zijn taalgebruik? Op de basisschool wordt het de leerlingen niet goed meer bijgebracht en in het voortgezet onderwijs wordt de spelling eveneens veronachtzaamd.

Hoe red je je hier dan uit? Gewoon door bepaalde ezelsbruggetjes te hanteren. ‘Hun’ hanteer je in een zin als je er ‘aan’, ‘voor’ of ‘bij’ aan vooraf zou kunnen laten gaan. Voorbeeld: ‘Ik geef hun het boek.’ Alternatieve zegswijze: ‘Ik geef aan hen het boek.’ Het toepassen van een dergelijk ezelsbruggetje lijkt niet zo moeilijk. Toch is het aantal fouten op dit punt in kranten en tijdschriften legio. Eindredacteuren maken er een potje van. Die gebruiken ‘hun’ nog bijna uitsluitend als bezittelijk voornaamwoord (‘Dit is hun hond’).

Taalpolitie

Misschien moeten we ons niet al te zeer als taalpurist opstellen. Taal is een afgeleide van een levend organisme, genaamd de mens. Taal is daardoor altijd aan veranderingen onderhevig, en dat is juist zo leuk. Regelmatig vindt spreektaal ingang in de geschreven taal (In een zin als ‘Ik geef ze het boek’ is ‘hun’ verdreven door ‘ze’, en niemand die daar nog om taalt). De hunnen komen niet, maar ‘hun’ is al lang en breed onder ons, in het spraakgebruik en in de geschreven taal. Is dat erg? Ja, zolang de taalpolitie streng de regels toepast (en daarvoor bekeuringen uitschrijft). Nee, zodra er geen kruid meer gewassen is tegen het gebruik van bepaalde woorden en zegswijzen. Hun hebben het voor het zeggen.

Publicatiedatum: 11 december 2015

Jelle Jeensma

Schrijver Jelle Jeensma

Als journalist publiceerde ik over uiteenlopende onderwerpen, maar vooral over film, literatuur en onderwijs. Ik redigeerde boeken, tijdschriften, brochures en artikelen. Van diverse filmbladen en universiteitsbladen was ik hoofd- of eindredacteur. Bij een dagblad was ik chef kunst. Als freelancer werkte ik voor verschillende journalistenbureaus. Als ghostwriter kroop ik in de huid van anderen en schreef ik zowel persoonlijke als zakelijke stukken.

Bekijk de essays van Jelle Jeensma

Uw reactie

%d bloggers liken dit: