In Iran is de geest uit de fles


Iran heeft twee gezichten: dat van het verbeten regime en dat van een vriendelijke bevolking die het contact zoekt met buitenlanders. Iraniërs op straat spreken je aan als ze zien dat je van elders komt, in het Engels, Duits of Frans. Ze willen vooral weten wat je van Iran vindt. En ze willen dat je ze fotografeert. Of, nog liever, samen met jou op de foto.

Die foto’s tonen dat Iraniërs aardig zijn, of in ieder geval aardig gevonden willen worden. De gretigheid waarmee ze met buitenlanders contact maken, lijkt een reactie op de uitspraak van Dick Cheney, voormalig vicepresident van de Verenigde Staten: ‘We don’t speak to Evil.’

Dat was in 2003 toen de gematigde president Mohammad Khatami toenadering tot het Westen zocht. Cheney’s afwijzende houding leidde ertoe dat de hardliners op regeringsniveau in Iran weer de teugels strakker aantrokken. Khatami, die in 2001 met een grote meerderheid voor een tweede termijn werd herkozen, verdween in 2005 van het toneel en werd opgevolgd door de conservatieve Mahmoud Ahmadinejad, die in agressieve bewoordingen zijn pijlen richtte op ‘Grote Satan’, de Verenigde Staten en Israël. De geschiedenis herhaalt zich, want nu Trump de nucleaire deal heeft opgezegd en heult met Irans aartsvijand Saoedi-Arabië wordt het over en weer demoniseren voortgezet.

‘Evil’ en ‘Satan’ verkeren in een patstelling, maar in het dagelijks leven zoeken Iraniërs uit nieuwsgierigheid toenadering tot reizigers. En het maakt niet uit waar ze vandaan komen. Voor elk land hebben ze interesse, ook voor de Verenigde Staten en Israël.

Stokslagen

Toen ik in april en mei van dit jaar een rondreis door Iran maakte, was ik verbaasd hoe ongedwongen de Iraniërs oogden die ik tegenkwam. Tijdens de Koude Oorlog was ik in het Oostblok geweest, toen de Muur er nog stond, en mij staat bij dat veel mensen onder ‘het reëel bestaande socialisme’ vaak bedrukt overkwamen. Ze waren onwillig om met je te praten. De geheime dienst zou eens kunnen meeluisteren. Hoe anders is dat in het huidige Iran. In Kashan werd ik op straat in het Engels aangesproken door een man die aan de universiteit van Teheran werkte en verklaarde dat hij van het ‘moderne Iran’ hield. In het Watermuseum in Yazd wendde een jongen zich tot mij in heel behoorlijk Nederlands; die taal had hij zich via internet eigen gemaakt. In Shiraz bleek een taxichauffeur goed Engels te spreken; die taal had hij geleerd door het luisteren naar Engelstalige popliedjes in zijn wagen. In diezelfde stad vertrouwde een man mij toe dat hij thuis allerlei soorten alcoholische dranken bereidt. ‘Dat doen alle Iraniërs’, beweerde hij. Alcohol is in Iran verboden en zodoende in winkels en restaurants niet verkrijgbaar. Gedurende mijn verblijf in de Islamitische Republiek Iran ben ik mij uitsluitend te buiten gegaan aan niet-alcoholisch bier.

Dergelijke spontane en hartverwarmende contacten die ik in Iran op straat aan den lijve heb ervaren, staan haaks op de beelden die de media ons over Iran voorschotelen. Een wreed bewind, een fanatieke bevolking. In Iran vinden, na China, de meeste executies ter wereld plaats. Zomaar een nieuwsbericht van vorige week: in de stad Kashmar is een 25-jarige man tot tachtig stokslagen veroordeeld, omdat hij tien jaar geleden (!) als jongen (!) tijdens een bruiloft alcohol had gedronken. Iraanse politici hebben het over Israël als een kankergezwel in de regio van het Midden-Oosten, dat moet worden ‘weggesneden’. Grootayatollah Khamenei maakte het zelfs zo bont door te beweren dat ‘zionisten’ tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben samengewerkt met de nazi’s om cijfers over vermoorde joden aan te dikken. Het doel daarvan zou zijn om een ‘zionistische staat in Palestina’ te vestigen.

Maar het beeld in ons land over Iran kantelt de laatste tijd. Dat komt onder andere door de twee documentaireseries van Thomas Erdbrink over het leven van gewone Iraniërs. Ook schreef deze Nederlandse correspondent in Teheran twee bundels over mensen in Iran die dezelfde beslommeringen hebben als wij.

Blote buik

In Iran is het voor elke vrouw verplicht in het openbaar het haar te bedekken. Dat kan met een hijab (hoofddoek die alleen haar en nek bedekt), een chador (lang kledingstuk dat alleen het gezicht vrijhoudt), een nikab (sluier die alleen de ogen niet bedekt) en een boerka (lang kledingstuk dat het gehele lichaam bedekt, waarbij voor de ogen een gaas hangt). In grote steden als Teheran zie je voornamelijk vrouwen met een hijab, waarbij de hoofddoek wel aan de kruin lijkt te zijn vastgemaakt. Het haar valt dus volop te zien.

De machthebbers in Shiraz en Esfahan profileren hun steden graag als religieuze centra, vandaar dat je daar veel meer vrouwen ziet rondlopen in een zwarte chador. Maar nikab en boerka heb ik eigenlijk nergens gezien, ook niet buiten de steden. In de bergen en diep in de woestijn ben ik niet geweest, maar ik vermoed dat het sjiitische geloof geen al te grote waarde hecht aan kleding die het gezicht van de vrouw volledig bedekt. Dat is meer iets voor de soennitische islam in landen als Saoedi-Arabië.

Vooral vrouwen nemen de handschoen op tegen het bewind. Zij leggen zich niet langer neer bij de van regeringszijde opgelegde kledingvoorschriften. Sinds januari van dit jaar zijn tientallen vrouwen gearresteerd en gevangengezet, omdat ze hun hoofddoek in het openbaar afdeden en daarmee demonstratief zwaaiden. Videoregistraties hiervan verschijnen op de sociale media en krijgen veel likes. Bijvoorbeeld die van een Iraanse vrouw die, op muziek dansend op het dak van een auto, haar hoofddoek afdoet en haar haar losschudt.

Vorige week nog, zo bracht het nieuws, is in Iran de negentienjarige Maedeh Hojabri opgepakt die op Instagram talloze videofilmpjes heeft gezet waarop zij thuis danst op westerse muziek en muziek uit het Midden-Oosten. Daarbij is zij ongesluierd en haar blote buik valt te zien.

Hojabri, die op Instagram 600 duizend volgers heeft, werd gedwongen om in het programma ‘Verkeerde pad’ van de staatstelevisie te zeggen dat haar filmpjes ‘moreel verwerpelijk’ zijn. Een optreden dat doet denken aan bekentenissen in de Stalin-tijd van de jaren dertig van de vorige eeuw. De theocratie die in Iran de macht heeft, verdraagt geen vrouwen met erotische uitstraling in de openbaarheid. Vandaar dat de volle haardos en elke ronding van het vrouwelijke lichaam aan het – manlijke – oog onttrokken moeten worden. Dansen en zingen zijn eveneens verboden.

De staatsmedia produceren propaganda die de waarden van het regime bevestigen. Op de staatstelevisie zie je uitzendingen van biddende moslims en programma’s over het ideale gezin: moeder de vrouw schenkt binnenshuis thee in voor manlief met getrimde baard en een paar brave kinderen. Het zijn ideologische beelden, met een kleinburgerlijke inslag.

Kijkvenster op de wereld

De geest is uit de fles. Toen ik in Esfahan in een traditioneel restaurant at, vertelde een ongesluierde vrouw naast ons dat ze uit principe geen hoofddoek droeg. En dat terwijl de Nederlandse vrouwen in mijn reisgezelschap netjes de hijab op het hoofd droegen. De jonge, van oorsprong Iraanse vrouw vertelde dat ze nu in de Verenigde Staten woont. Strijdlustig zei ze: ‘Keep pushing the boundaries!’, blijf de grenzen verleggen! Het was zo’n restaurant waar je niet op een stoel aan tafel plaatsneemt, maar op kussens gezeten vanaf je schoot eet. Aan de andere kant van ons zitgedeelte bevonden zich twee jonge vrouwen die eveneens ongesluierd waren. Zij kwamen niet van ver, maar woonden in Esfahan. Waarom hielden zij zich niet aan de regels? Een van hen lichtte toe: ‘Eigenlijk willen we helemaal geen hoofddoek dragen. Maar we hebben besloten om één dag per week de hijab af te laten. Dit is het begin.’ Even later zagen we ze met hun loshangend haar over straat lopen. Alsof ze ontspannen over de boulevard van Scheveningen slenterden, zich van geen kwaad bewust. Toch lopen deze vrouwen een groot risico. Ze kunnen net als Maedeh Hojabri door de zedenpolitie worden opgepakt en opgesloten. Dat ze dit toch durven te riskeren, tekent hun dapperheid, hun verzet tegen het conservatief-islamitische regime waaronder ze leven.

Het verhaal over Hansje Brinker komt bij mij op: de jongen die zijn vinger in een gaatje in een dijk stak om te voorkomen dat het een groter gat wordt, met een dijkdoorbraak als gevolg. Iran kent 24 miljoen gebruikers van Instagram en de overheid dreigt nu dit sociale medium te blokkeren. In 2010 had het regime al eens alle internetservers en netwerken voor mobiele telefoons afgesloten. Ook werden toen alle schotels van de daken gehaald. Maar dat mocht niet baten: net als in ons land heeft elke Iraniër een mobiele telefoon en die schotels zijn allang weer terug, maar nu op onopvallende plekken. Een oudere Iraniër liet mij aan de hand van zijn mobieltje zien hoe hij met software blokkades van YouTube en Twitter makkelijk weet te omzeilen.

Iraniërs maken, net als wij in het Westen, door de sociale media deel uit van de mondiale ‘global village’. De meesten kijken niet naar de staatstelevisie en lezen de kranten niet, die onder censuur van de overheid staan. Uitsluitend hun mobiel, aangesloten op het world wide web, is het kijkvenster op de wereld.

‘Marja’

Ondertussen, althans in de steden, lopen in Iran de moskeeën leeg, zoals dat in onze contreien vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw met de kerken gebeurde. Volgens de islam bidt een moslim met het gelaat gewend naar Mekka. In de hotelkamers waarin ik verbleef, werd met een pijl op de muur duidelijk gemaakt in welke richting Mekka gezocht moest worden. Bidden hoeft volgens de sjiieten niet per se in de moskee. Het kan ook thuis gebeuren of op een hotelkamer. Dat maakt de sjiitische islam een gemoedelijker geloof dan de soennitische islam, waarin meer rigide met de geloofsregels wordt omgegaan. Sjiieten bidden drie keer per dag, soennieten doen daar met vijf keer per dag een schepje bovenop.

Voor elke moslim is de Koran de bron van het geloof. Voor soennieten is daarnaast de ‘soenna’, de levenswijze van de profeet Mohammed, een belangrijke leidraad. Een fundamentalistische variant van het soennisme is het wahabisme, de staatsgodsdienst in Saoedi-Arabië, die de Koran en de soenna als onweerlegbare teksten beschouwd: ze bepalen alle plichtplegingen in het dagelijkse leven van een moslim.

Bij de sjiieten ligt dat anders. De sjiitische geestelijkheid kent een hiërarchie: er zijn godsgeleerden die de Koran goed kennen, andere geleerden zijn in staat om de Koran te interpreteren, en er is een derde – de hoogste – categorie die in staat is tot nieuwe interpretaties van de Koran. Die laatste rol is zeker de grootayatollah toebedeeld. Vandaar dat het opmerkelijk is dat de huidige grootayatollah Khamenei, de onbetwiste leider van het land en opvolger van Khomeini, niet de hoogste staat van godsgeleerdheid heeft bereikt. Hij is geen marja, dat wil zeggen hij heeft de proeve nog niet doorstaan om nieuwe interpretaties aan de Koran te kunnen geven. Khamenei werd in 1989, vlak voor de dood van Khomeini, aangewezen als diens opvolger. Dat gebeurde nadat diens eerder verkozen plaatsvervanger Montazeri, wel een marja, kritiek had geleverd op het executeren van politiek-linkse gevangenen. Van 1981 tot 1988 werden er zo’n tienduizend om het leven gebracht. In feite was zo de hele linkse oppositie geëlimineerd of gedwongen ondergronds te gaan.

‘Tijdelijk huwelijk’

Onverdraagzaamheid en rekkelijkheid. Iran toont twee gezichten. In Saoedi-Arabië mogen vrouwen sinds kort autorijden, in Iran heb je allang vrouwelijke taxichauffeurs. Hijab en chador moeten de vrouwelijkheid aan het oog onttrekken. Maar veel vrouwen dragen onder hun chador een sexy legging. Standaard maakt elke Iraanse vrouw in de stad zich op: wenkbrauwen geëpileerd, rouge op wangen, lippen steevast gekleurd. De neus is bij heel wat vrouwen voorzien van een pleister, als teken dat een esthetische operatie heeft plaatsgevonden. Recht gezet, gestroomlijnd in het aangezicht. Onnodig vaak, want veel Iraanse vrouwen zijn beeldschoon.

De inschikkelijkheid van het sjiitische geloof in Iran zie je ook bij de samenlevingsvormen tussen man en vrouw. Je hebt het traditionele huwelijk, waarvoor een bruidsschat wordt betaald, met toestemming van beide families.

Verder is er een samenlevingsvorm die het ‘witte huwelijk’ wordt genoemd. Een echt huwelijk is dat niet, want het komt neer op – in het geheim – met elkaar hokken. Ongehuwd samenwonen doet zich uitsluitend voor in de anonimiteit van de grote stad, waarbij het risico bestaat dat buren je verlinken.

De derde samenlevingsvorm is het ‘tijdelijk huwelijk’. Dit is gestoeld op niet meer dan onderling goedvinden. Voorwaarde is dat de man voor de vrouw zorgt, en haar een som geld meegeeft als het tijdelijke huwelijk wordt ontbonden. Deze verbintenis tussen man en vrouw wordt ook wel gezien als – gedoogde – prostitutie. Zo’n tijdelijk huwelijk kan een paar uur duren, maar ook dagen, maanden of jaren. De vrouw is bij deze vorm van het huwelijk niet per definitie de onderliggende partij, degene die aan het kortste eind trekt. Er zijn namelijk vrouwen die van de ene naar de andere man gaan en op deze manier in hun levensonderhoud voorzien.

Een op de drie huwelijken eindigt, net als bij ons, in echtscheiding. Gescheiden vrouwen zijn niet goed af, omdat ze vaak met hun kinderen intrekken bij familie. Aan die situatie valt vervolgens weinig te veranderen.

Meisjes die in het huwelijk treden en daarvoor met mannen losse contacten onderhielden, kunnen zich een nieuw maagdenvlies aanmeten. Dergelijke hersteloperaties zijn gebruikelijk. Zelfs geestelijken zouden meisjes bij het aangaan van een huwelijk adviseren hun maagdenvlies operatief te laten herstellen.

Ombouwen

Tegenover transgenders is de houding van de geestelijkheid toegeeflijk. Ze worden niet vervolgd. Homoseksualiteit is daarentegen verboden, er staat zelfs de doodstraf op. Maar als van een homostel de een zich laat ombouwen zodat er sprake is van ‘man en vrouw’ wordt dat toegestaan, zelfs toegejuicht. De achterliggende gedachte hierbij is dat de harmonische natuur van lichaam en geest zo weer wordt hersteld.

Achter de schermen gebeurt van alles wat Allah verboden heeft. Zo gaat althans de mare. Feesten en orgieën zouden zich achter gesloten deuren afspelen. Zulke verhalen gaan er in het Westen in als koek. Ramita Navai, van 2003 tot 2006 correspondent voor de Times in Iran, heeft met haar boek ‘City of Lies: Love, Sex, Death and the Search for Truth’ dit beeld neergezet. Volgens Navai leven velen in Teheran tegenwoordig ‘in de leugen’, maar dat is een overtrokken voorstelling van zaken. Er ligt een vooronderstelling aan deze aanname ten grondslag, namelijk dat Iraniërs uit de hogere klasse zich in het openbare leven ogenschijnlijk aanpassen aan de opgelegde mores, maar in de privésfeer de Westerse manier van leven kopiëren.

Deze perceptie van de Iraanse samenleving is bezijden de waarheid. De meeste mensen in Iran blijven hun sjiitische achtergrond trouw. Ze seculariseren niet, ze behouden hun geloof, maar ze zijn het niet eens met de strenge voorschriften over kleding en gedrag in de openbare ruimte. Met het Westen willen ze in contact treden, maar ze realiseren zich dat ze tot een cultuur behoren met een lange traditie die zich uitstrekt tot vóór de islamisering van het oude Perzië. In cultureel opzicht zoeken ze echter naar nieuwe uitdrukkingsvormen, onder rugdekking van de rekkelijkheid die inherent is aan het sjiisme.

Ook moeten we niet uit het oog verliezen dat de Iraanse maatschappij van ouds een duidelijk van elkaar te onderscheiden publiek en privéleven kent. Zoals Hoomad Majd in zijn boek ‘The Ayatollah begs to differ – The paradox of modern Iran’ beschrijft: ‘Duizenden jaren lang hebben Iraniërs muren rond hun huizen gebouwd om de privésfeer en het publieke domein van elkaar gescheiden te houden.’ De huidige islamitische regering is ervan doordrongen dat de – letterlijke en figuurlijke – muren tussen het privé- en het publieke domein niet mogen worden geschonden. Daarom legt zij enige coulance aan de dag met in haar ogen onwelgevallig gedrag dat niet zichtbaar is. Maar aan de restricties in het openbare leven dient men zich te houden. Zo niet, dan wordt af en toe – als afschrikwekkend voorbeeld – iemand aan de schandpaal genageld. Of omgebracht.

Dappere vrouwen als Maedeh Hojabri en zij die ik in het restaurant in Esfahan ontmoette, komen in het verweer tegen die kunstmatige scheiding tussen thuis en buitenshuis. Overal willen zij zichzelf kunnen zijn. Steun krijgen ze via de sociale media van andere vrouwen, in en buiten Iran. Dansen op muziek is geen misdaad, zo stellen die naar aanleiding van de arrestatie van Maedeh Hojabri. Om dit te demonstreren posten zij zelf ook eigen dansfilmpjes op Instagram.

Vrouwen nemen het voortouw om de Islamitische Republiek Iran van binnenuit te veranderen.

– – – – – – – – –

Dit is de tweede aflevering van een vierluik over Iran.

Jelle Jeensma

Schrijver Jelle Jeensma

Als journalist publiceerde ik over uiteenlopende onderwerpen, maar vooral over film, literatuur en onderwijs. Ik redigeerde boeken, tijdschriften, brochures en artikelen. Van diverse filmbladen en universiteitsbladen was ik hoofd- of eindredacteur. Bij een dagblad was ik chef kunst. Als freelancer werkte ik voor verschillende journalistenbureaus. Als ghostwriter kroop ik in de huid van anderen en schreef ik zowel persoonlijke als zakelijke stukken.

Bekijk de essays van Jelle Jeensma

Reageer ook One Comment

Uw reactie

%d bloggers liken dit: