Antilliaan tussen Turken en Zwarten

curacao-023.jpg

In een grijs verleden heb ik het al eens gememoreerd: in mijn jeugd woonde ik als Antilliaan tussen Turken en Zwarten.

Meer dan eens brengt bij zo’n zin de innerlijk politieke censor een schrikreactie teweeg. Aan het woord ‘Antilliaan’ kleeft al lang een negatieve connotatie (‘Veel jonge Antillianen zijn messentrekkers’). ‘Turken’ wordt nu rechtstreeks in verband gebracht met Erdogan-aanhangers en ‘Zwarten’ is een benaming die je beter maar helemaal niet in de mond kunt nemen – op straffe van beschuldiging van discriminatie. Net zoals het gebruik van de aanduiding ‘negers’ ‘not done’ is. In de Verenigde Staten spreken ze van ‘Afro-Amerikanen’.

Papegaaien

Maandagavond omschreef Freek de Jonge in zijn verkiezingsconférence ‘De stemming’ Antillianen gekscherend als ‘Caribbean oriented’. Als de politiek om de hoek komt kijken, loopt de taal op kousenvoeten.

Toch is er geen woord van gelogen: ik woonde als Antilliaan tussen Turken en Zwarten. Links van ons woonde de familie Zwart en rechts van ons de familie Turk. En geboren ben ik op het Caribische eiland Curaçao.

‘Ugliness is in the eye of the beholder.’ Je ziet wat je wilt zien. Maar vaak wordt onze blik gestuurd. ‘Framing’, heet dat. Door voortdurend op bepaalde wijze over Antillianen en Turken te schrijven, maken media zich daaraan schuldig. Op hun beurt papegaaien media politici na. Nu, in verkiezingstijd, spelen die de bal via de band van ‘identiteitspolitiek’.

Blijf naar de bal kijken

Identiteitspolitiek vertekent de werkelijkheid. Het ‘vaderlandse’ verleden wordt opgehemeld. ‘Hollandse’ waarden, waaraan een zekere identiteit ontsproten zou zijn, maken er deel van uit. Maar er bestaat helemaal geen homogene ‘identiteit’. De ene Antilliaan is de andere niet.

Verder schuilen er meerdere ‘persoonlijkheden’ in ieders borst. Om met Walt Whitman te spreken: ‘I’m a multitude in myself.’

Anderen moet je niet beoordelen op hun uiterlijk, maar op hun handelen. Niet hoe iemand er uitziet, is belangrijk maar wat ie doet. Sportief gezegd: let niet op de uitdossing van je tegenstander, maar blijf naar de bal kijken. De politiek zou ervan kunnen leren.

Jelle Jeensma

Schrijver Jelle Jeensma

Als journalist publiceerde ik over uiteenlopende onderwerpen, maar vooral over film, literatuur en onderwijs. Ik redigeerde boeken, tijdschriften, brochures en artikelen. Van diverse filmbladen en universiteitsbladen was ik hoofd- of eindredacteur. Bij een dagblad was ik chef kunst. Als freelancer werkte ik voor verschillende journalistenbureaus. Als ghostwriter kroop ik in de huid van anderen en schreef ik zowel persoonlijke als zakelijke stukken.

Bekijk de essays van Jelle Jeensma

Uw reactie

%d bloggers liken dit: