Europeaan ben je vooral buiten Europa

Nexus

Op het Nexus-symposium van afgelopen zaterdag boog zich een select gezelschap over de prikkelende stelling ‘Je suis Européen!’, blijkbaar geïnspireerd door ‘Je suis Charlie’. Is er zoiets als een Europees gevoel dat of een Europese idee die ons bindt?

Natuurlijk is er de Europese Unie, de monetair-economische moloch die kantoor houdt in Brussel, waarmee blijkens peilingen maar weinig Europese burgers zich verbonden voelen. Politiek gezien is de situatie op dit moment precair. Er dreigt een Grexit, Griekenland dat de EU besluit te verlaten omdat het land niet akkoord kan gaan met de opgelegde, draconische economische maatregelen door de trojka Europese Commissie, ECB en IMF. Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich Engeland, waar in 2017 hoogstwaarschijnlijk een referendum over de EU wordt gehouden, met als reëel gevaar een Brexit.

Koffiehuis

Op de conferentie van het Tilburgse Nexus Instituut, dat het Europese cultuurgoed in zijn ‘kunstzinnige, levensbeschouwelijke en filosofische samenhang’ beschouwt, werd de Europese gedachte, zoals van ouds, door vooraanstaande schrijvers en intellectuelen onder  de loep genomen. Deze keer vond de jaarlijkse Nexus-conferentie plaats op 6 juni in het Amsterdamse DeLaMar Theater, dat voor de gelegenheid was omgetoverd in een koffiehuis. Dit kwam de sfeer ten goede. De talking heads aan tafel voerden, vooral na de pauze, een geanimeerd gesprek waarbij regelmatig lachsalvo’s vielen te horen. De keuze om de ambiance van een koffiehuis te kiezen was raak getroffen, want zoals bekend is het koffiehuis in tal van Europese steden, Wenen voorop, in de eerste helft van de twintigste eeuw de ontmoetingsplaats geweest van intellectuelen en kunstenaars.

Aykan Erdemir, die namens de oppositiepartij CHP zitting heeft in het Turkse parlement, bracht ironisch naar voren: “Het is maar goed dat de Turken voor de poorten van Wenen tot staan zijn gebracht. Ze maakten rechtsomkeert, maar lieten de koffiehuizen achter.”

Sterven voor Europa?

Een discussie over ‘Europa’ en de ‘Europese gedachte’ kan maar het beste direct op scherp worden gesteld, want anders dreigt het gevaar van oeverloos gewauwel door ‘freischwebende’ intellectuelen. Vandaar de vraag: wie is er bereid om voor ‘Europa’ te sterven? Schrijver Arnon Grunberg stelde dat hij niet bereid was dit te doen, maar wél voor de Verenigde Staten, waar hij woont. Die uitspraak leidde tot de nodige opschudding. Grunberg bedoelde te zeggen dat ‘Amerika’ werkelijk ergens voor staat: het is een mythe, die mensen van over de hele wereld samenbrengt. Een onderdeel van zo’n mythe is natuurlijk dat het Amerikaanse volk, in al zijn bonte verscheidenheid, is uitverkoren. Maar dit misplaatste  gevoel kleeft veel volkeren aan. Dat wordt duidelijk na lezing van het boek ‘World Order’ van ‘realpolitiker’ Henri Kissinger, dat vorig jaar uitkwam.

De Duitse historicus Philipp Blom haalde een mooi, illustratief verhaal aan. In Duitsland bezocht hij een gymnasium en een middelbare beroepsopleiding. “Ik vroeg of scholieren in Oekraïne voor Europa zouden willen vechten. Op het gymnasium wekte mijn vraag uitsluitend bevreemding. Op de beroepsopleiding staken enkele tientallen scholieren hun hand op, onder wie een aantal met een Turkse achtergrond. Ik neem aan dat zij instemden om te bewijzen dat ze ‘Duitser’ waren. En verder zal het met masculiniteit te maken hebben.”

Gevoelens en feiten

Pierre Audi, al lange tijd artistiek leider van De Nederlandse Opera, wierp een nieuw licht op de kwestie Europa: “Ik ben geboren in Libanon, groeide op in Engeland, en woon nu al geruime tijd in Nederland, waar het culturele klimaat mij goed bevalt. Ik voel mij zeker Europeaan.”

Slaat de ‘Europese gedachte’ dan vooral op een gevoel Europeaan te zijn? Caroline de Gruyter, die als correspondent onder andere in het Midden-Oosten woonde, voerde aan: “In Europa voel ik mij geen Europeaan, maar erbuiten wel.” Politicus en voormalig eurocommissaris Frits Bolkestein, die na de pauze aanschoof, veegde ‘het gevoel’ Europeaan te zijn resoluut van tafel: “Waar draait het in Europa momenteel om? Het gaat erom hoe we ons opstellen tegenover Poetin in het oosten, hoe we omgaan met de vluchtelingenstroom in het zuiden, en hoe we verdergaan met de monetaire unie. Het gaat dus niet om gevoelens, maar om feiten.” Daartegen in bracht de Engelse politicus Robert Skidelsky: “Maar je kunt gevoelens toch niet uitvlakken? Mensen zijn niet alleen maar rationeel.”

Romeinse Rijk

Robert Skidelsky vertelde dat uit een enquête bleek dat de Britten de volgende drie aspecten van belang achten: democratie, tolerantie en rechtspraak. Hiermee onderscheiden zij zich, ondanks de gekoesterde ‘splendid isolation’, niet van tal van buurlanden op het vaste land. Het rechtvaardigt geen Brexit.

Aykan Erdemir verdedigde dat alle Europeanen in feite ‘Romeinen’ zijn, met het oog op de uitgestrektheid van het Romeinse imperium, tot in Turkije aan toe. “Onze leidraad is de idee Europa, met als bakermat het Romeinse rijk. Laten we dat als referentiepunt voor Europa gebruiken. Het gaat niet langer om de natiestaat, maar om wat mensen verbindt. Handel is in dit verband belangrijk; om handel te drijven reizen mensen, komen ze in een  andere omgeving dan die van thuis, leren andere volkeren kennen, die daardoor niet langer ‘vreemd’ zijn.”

Frits Bolkestein riep daarop uit: “Maar de natiestaat is het enige wat we hebben!”  Adam Zamoyski, Brits historicus met Poolse ‘roots’, vulde aan: “De natiestaat bestaat pas twee eeuwen. En daarbij is deze in landen als Duitsland, Italië en Frankrijk van bovenaf opgelegd, als een sociaal construct, en naderhand aanvaard door de gehele bevolking in die landen. Wie weet kan de Europese Unie ook die rol vervullen. Nu is er nog een hoop tumult over een technocratische elite in Brussel, maar Europa kan misschien op de lange duur door de EU toch tot een eenheid worden gesmeed.” Vanzelfsprekend was de liberaal Bolkestein het hier volstrekt mee oneens. Hij ziet de EU, in navolging van partijgenoot Mark Rutte, niet meer dan een monetair-economisch vehikel ten dienste van de afzonderlijke lidstaten.

Belang van onderwijs

De Cypriotische Androulla Vassiliou, de tweede voormalig eurocommissaris in het gezelschap, hamerde op het belang van onderwijs als middel om de Europese gedachte te stimuleren. “Waarom wordt er in alle landen van Europa op school niet meer Europese geschiedenisles gegeven? Het draait nu vooral vaak om de glansrol van het eigen land in het verleden.” Terecht stelde Adam Zamoyski daarop de vraag: “Maar wie bepaalt wat er in de geschiedenisboeken komt te staan?” Saillant detail in dit verband is dat in Russische schoolboeken nu al de annexatie van de Krim als ‘verloren zoon’ in het Russische imperium wordt bejubeld.

Blijft de vraag: wat is Europa en wat bindt de landen in dit werelddeel? Wat hebben ze gemeenschappelijk? Robert Skidelsky wees er op dat typerend voor Europa toch vooral de talloze oorlogen zijn die gedurende eeuwen zijn gevoerd. “Nu hebben we dat grotendeels achter ons gelaten, maar er hoeft maar iets te gebeuren dat het vernisje beschaving afschraapt, besef van armoede en gevoel van wanhoop, en de ideologieën steken de kop weer op, met hun verwoestende uitwerking.”

Culturele erfgoed

Wat is Europa dan wel? Niet meer dan een lappendeken? Feit is dat we met veel volkeren op een relatief klein oppervlak leven. Geografisch gescheiden door het immense Rusland in het oosten, de Arabische wereld in het zuiden, en de Atlantische Oceaan in het westen. Zo gezien zitten we in hetzelfde schuitje. En we delen, en opmerkelijk genoeg bleef dit aspect onderbelicht tijdens deze Nexus-conferentie, het nodige culturele erfgoed. Zo ontkiemde de roman in Europa, spreidde zich als een olievlek uit over het gehele continent, om daarna een succesvolle oversteek te maken naar eerst Noord- en Zuid-Amerika en later de rest van de wereld. Hetzelfde geldt voor de Europese film, die een exportproduct ‘all over the world’  werd. En voor de klassieke muziek, die in het hart van Europa ontstond, maar tegenwoordig mede wordt vertolkt door briljant spelende Aziatische musici. Zo gezien is de idee Europa vooral cultureel bepaald. Niet politiek, nee, beslist niet politiek. En de natiestaat is nog niet op zijn retour. Daarom zullen de meeste Europese burgers voorlopig alleen buiten ons continent zeggen: ‘Ik ben Europeaan!’

Publicatiedatum: 8 juni 2015

Jelle Jeensma

Schrijver Jelle Jeensma

Als journalist publiceerde ik over uiteenlopende onderwerpen, maar vooral over film, literatuur en onderwijs. Ik redigeerde boeken, tijdschriften, brochures en artikelen. Van diverse filmbladen en universiteitsbladen was ik hoofd- of eindredacteur. Bij een dagblad was ik chef kunst. Als freelancer werkte ik voor verschillende journalistenbureaus. Als ghostwriter kroop ik in de huid van anderen en schreef ik zowel persoonlijke als zakelijke stukken.

Bekijk de essays van Jelle Jeensma

Uw reactie

%d bloggers liken dit: