Literatuur geeft de dingen hun magie terug

Door 12 december 2014film en literatuur

Cover Hoe fictie werkt.jpg

Het echte verhaal in fictie zit ‘m niet zozeer in de plot als wel in de scherpte van details. Die opvatting lichtte James Wood, auteur van het vermaarde ‘Hoe fictie werkt’, toe in de Gidslezing die hij in Amsterdam hield.

Juist details brengen een verhaal tot leven. De Engelse criticus James Wood heeft dit al in meerdere boeken betoogd. Zijn ‘How Fiction Works’, in Nederland uitgebracht als ‘Hoe fictie werkt’, is een must voor iedereen die zich aan het schrijven waagt.

Niet om voetstoots aan te nemen wat James Wood daarin beweert, maar wel omdat deze criticus een begenadigd analyticus is. Op verfrissende wijze kijkt hij naar literaire teksten.

Realisme

Nu lijkt Wood zich vooral te baseren op de realistische roman van de negentiende eeuw, zoals die van Tolstoi of Flaubert. De vraag is gerechtvaardigd of hij het (post)modernisme van de twintigste eeuw hiermee negeert. Daarin wordt de aandacht verplaatst naar de innerlijke wereld van een personage. Óf de observatie van de externe wereld wordt gefragmenteerd uitgebeeld – als uitdrukking dat grip erop onmogelijk is.

Maar James Wood ziet toch ook veel twintigste-eeuwse en eigentijdse schrijvers uitgaan van het realisme. De kwestie is hóe je de werkelijkheid uitbeeldt.

Zo haalt Wood Saul Bellows ‘Seize the Day’ aan waarin Tommy Wilhelm, een veertiger, een oude man, meneer Rappaport, de straat helpt oversteken. Wood: “Hij neemt hem bij de arm en is verbaasd over de ‘forse maar lichte elleboog’ van de man. Het lijkt misschien geen buitengewoon stukje schrijven, maar sta even stil bij de precisie van de paradox – het bot van de elleboog is fors omdat de oude man broodmager is en knokig; maar het is onverwacht licht, omdat meneer Rappaport alleen maar huid en bot is, en geleidelijk aan in zichzelf aan het verdwijnen is.”

Vuurpeleton

In navolging van John Berger stelt Wood dat wij in het alledaagse leven slecht kijken. Onze blik is afgestompt door gewoonte; we nemen de afzonderlijke dingen niet goed waar. Sterker nog, we lopen aan ze voorbij of kijken er dwars doorheen.

In literatuur (en beeldende kunst) krijgen de dingen hun magie terug. Mooi voorbeeld is de passage in ‘Oorlog en vrede’ van Tolstoi, waarin Pierre getuige is van een geblinddoekte jonge Rus, die op het punt staat te worden geëxecuteerd. Hij frummelt aan zijn blinddoek, “misschien in een poging om die iets comfortabeler te laten zitten”, aldus Wood.

Daar sta je dan voor het vuurpeloton en je hebt op dat moment last van een lap die voor je ogen zit. De man had door jeuk ook ergens aan zijn lijf kunnen krabben. Is dit relevant voor het verloop van het verhaal? Waarschijnlijk niet, maar het is wel uit het leven gegrepen; het is het leven zelf. Zoiets kan zomaar gebeuren.

Als lezer kun je zo’n beeld de rest van je leven met je meedragen. Het zijn juist zulke passages die er voor zorgen dat een boek je bij blijft.

Gidslezing door James Wood. Organisatie: De Gids i.s.m. de Rode Hoed. De lezing werd gehouden op 11 december 2014 in de Rode Hoed.

James Wood: ‘Hoe fictie werkt.’ Uitgeverij Querido. Amsterdam 2012. € 19,99.

Publicatiedatum: 12 december 2014

Jelle Jeensma

Schrijver Jelle Jeensma

Als journalist publiceerde ik over uiteenlopende onderwerpen, maar vooral over film, literatuur en onderwijs. Ik redigeerde boeken, tijdschriften, brochures en artikelen. Van diverse filmbladen en universiteitsbladen was ik hoofd- of eindredacteur. Bij een dagblad was ik chef kunst. Als freelancer werkte ik voor verschillende journalistenbureaus. Als ghostwriter kroop ik in de huid van anderen en schreef ik zowel persoonlijke als zakelijke stukken.

Bekijk de essays van Jelle Jeensma

Uw reactie

%d bloggers liken dit: