Pé Hawinkels, een literaire Robinson Crusoe in de mensenmenigte

Door 7 oktober 2017film en literatuur

Pe Hawinkels

Schrijver, dichter, vertaler en criticus Pé Hawinkels is veertig jaar dood en afgelopen weekend werd dat in zijn woonplaats Nijmegen met allerlei festiviteiten herdacht. Waar heeft deze op jonge leeftijd overleden eigenheimer zijn faam aan te danken?

Op 16 augustus 1977 overleed Pé Hawinkels aan een hartstilstand. Hij werd slechts 34 jaar oud. Voorovergebogen achter zijn bureau werd hij acht dagen later aangetroffen. Zijn Jaguar stond niet voor de deur geparkeerd, zodat zijn vrienden dachten dat hij de hort op was. In de overzichtspublicatie Veertig jaar n.P., Pé Hawinkels 1942-1977, Nijmeegs schrijver, dichter, vertaler – een ‘herdenkingsmonument voor de sterfdag van deze bekende, gevierde, gevreesde, maar ook miskende Nijmeegse schrijver, dichter en vertaler’ – beschrijft de Nijmeegse schrijver Thomas Verbogt het moment waarop de deur van Hawinkels kamer in de Mr. Frankenstraat 82 door huisgenoot Frans werd opengedaan: ‘En daar zat Pé. Hij was dood. Al een paar dagen, dat was goed te zien. Voor hem lag de krant waarin stond dat Elvis was overleden. Dat was dus het laatste wat hij had gelezen. Ik vind het allemaal erg veel. Ik merk dat ik niet goed kan denken. Ik zeg iets onbenulligs als: Dan kan hij nu teksten voor Elvis schrijven. Frans: Ik weet niet of Elvis daar iets mee kan.’

Zelfde sterfdag

Daarmee werd de eerste mythe geschapen over Pé Hawinkels. Elvis Presley stierf diezelfde dag, 16 augustus 1977, in Memphis. Misschien stierven ze wel gelijktijdig en meldden ze zich gebroederlijk aan de hemelpoort bij Petrus. Maar dat het overlijden van de King of Rock die dag al in de Nederlandse krant stond, kon niet waar zijn. Verbogt houdt die mythe, als liefkozende herinnering aan zijn vroegtijdig overleden vriend, graag in stand. Het fragment werd eerder opgenomen in Verbogts in 2011 verschenen herinneringsboek ‘Herfst in het oosten’.

Pé Hawinkels was een Limburgse jongen, afkomstig uit Hoensbroek in de oude Mijnstreek, met dito tongval, die na de middelbare school, samen met zijn twee vrienden Jo Bertram en Frits Robeerst, naar Nijmegen toog om daar te gaan studeren. Het drietal bleef ook in de Waalstad bevriend. In een andere herdenkingsuitgave, het boekje Vriend Pé, opgetekend door schrijver Frank Antonie van Alphen, vertelt Frits dat sommige mensen in Nijmegen dachten dat hij het liefje van Pé was. Zó close waren ze.

Pé Hawinkels maakte daarnaast vele andere vrienden. En vriendinnen, want hij was een womanizer die – zo wil de legende – menig vrouw naar zijn slaapkamer wist te lokken. Feit is dat op zijn begrafenis veel jonge vrouwen aanwezig waren.

Coltrane en Bach

Studeren was niets voor Hawinkels. Studieus was ie wél: hij verslond boeken. Dat deed hij tot het einde van zijn leven. Daarnaast kreeg de jazz hem in de ban. In een brief aan Michel van Nieuwstad, opgenomen in Veertig jaar n.P., schreef hij wat pathetisch: ‘Het enige wat mij op de been houdt is mijn liefde voor jazz. Ik aarzel geen moment om John Coltrane een man te noemen die meer besef van het heelal in petto heeft dan Einstein of Merleau Ponty. Voor mij is, en ik ben ervan overtuigd dat zelfs enigermate onder woorden te kunnen brengen als ik tijd van leven heb, John Coltrane meer God dan Christus, en evenveel als Bach.’

Hij kreeg de gelegenheid om zijn liefde voor de jazz onder woorden te brengen. In 1965 werd hij jazzcriticus van het opinieweekblad ‘De Nieuw Linie’ en schreef hij over de muziek van Coltrane, Monk, Ornette Coleman en al die andere jazzgrootheden. De vraag is of hij een goede jazzrecensent was. Waarschijnlijk niet. In ieder geval schreef hij niet op de gebruikelijke manier over jazz; hij had dan ook geen muziekopleiding genoten. Nee, hij schreef als liefhebber over jazzmuziek, en zodoende ging het hem vooral om het effect dat de muziek bij hem teweegbracht. Hij kreeg hiervoor de wind van voren, met name door kunstbroeders uit de hoofdstad. Die keken een beetje neer op die provinciaal uit het oosten, met dat rare Limburgse accent. Toch is muziek er in de eerste plaats voor liefhebbers en het valt dan ook te waarderen dat afgelopen zaterdag in het teken stond van ‘Pé Hawinkels, Jazz & Poetry’. Componisten Michiel Braam, Pierre Courbois, Bo van de Graaf, Stef Meilink en Carel van Rijn lieten zich door jazzgedichten van Hawinkels inspireren en componeerden voor deze gelegenheid elk een ‘PeHa-suite’. Alle vijf suites werden in de openbare bibliotheek Mariënburg ten gehore gebracht.

Hertalen

Pé Hawinkels leefde van de pen. Behalve dat hij jazzcriticus was, schreef hij boekrecensies. Van het Nijmeegse Universiteitsblad (NUB) was hij redacteur. Maar hij maakte vooral naam als dichter. Zijn gedichten leidden soms tot opschudding, zoals het gedicht hi-ro-shi-ma dat hij op 19-jarige leeftijd publiceerde. Hawinkels werd naar aanleiding van dit gedicht van pornografie beschuldigd. Afgelopen zaterdag betoogde literair criticus Ben van Melick, overigens ook afkomstig uit Hoensbroek, dat dit een klassiek gedicht in de moderne Nederlandse poëzie is. Na zijn verhelderende uitleg van het gedicht was ik volledig overtuigd van zijn standpunt. (Van Melick droeg het gedicht voor in het radioprogramma De Taalstaat van 23 september: https://www.nporadio1.nl/de-taalstaat/onderwerpen/426146-taalschat-pe-hawinkels?npo_cc=126&).

In 1988 verscheen de bundel ‘Verzamelde gedichten’ van Hawinkels, maar hij kreeg postuum niet altijd de erkenning die hij ronduit verdient als dichter. Zo nam Gerrit Komrij in zijn bloemlezing van de 19e en 20e eeuwse Nederlandse poëzie geen gedicht van Hawinkel op. Zijn opvolger-bloemlezer Ilja Leonard Pfeijffer verwaardigde zich dit jaar in zijn selectie van de 20e en 21e Nederlandse poëzie één gedicht van hem op te nemen, getiteld ‘Litanie van Bob Dylan’; zeker niet een van de betere gedichten van Hawinkels.

Omslag Veertig jaar nP

Meer naam heeft Pé Hawinkels als vertaler gemaakt. Zo werd zijn vertaling van ‘De toverberg’ van Thomas Mann alom geroemd, hoewel er ook kritiek op was: de vertaling zou slecht zijn; Hawinkels liep daardoor de Martinus Nijhoff Vertaalprijs mis. In Veertig jaar n.P. haalt Cees Koster aan wat Hawinkels onder vertalen verstond: ‘Vertalen betekent iets uit de oorspronkelijke taal herschrijven in een andere, zoveel mogelijk alsof het oorspronkelijk in die laatste taal geschreven was.’ Hertalen dus, met behoud van de literaire kwaliteit. Hij hertaalde ook godsdienstig werk, zoals het bijbelboek Job. Dat hij het literaire karakter van de Bijbel wist te behouden, bewijst bijvoorbeeld zijn vertaling van het tweede vers van Prediker 1 over ‘ijdelheid’ (in de Nieuwe Bijbelvertaling trouwens vertaald met ‘leegte’):

[…] Het leven is lucht,

Vluchtig als een ademtocht,

Alles vervliegt zoals adem

Verdwijnt, opgaat in lucht.

 

Herman Brood

Wat de muziek betreft richtte Pé Hawinkels zich in de loop van de jaren zeventig meer op de popmuziek. Zo schreef hij songteksten voor Herman Brood, met wie hij jarenlang bevriend was. Mooi is de anekdote die Thomas Verbogt in Veertig jaar n.P. opdist (eerder opgenomen in zijn boek ‘Herfst in het oosten’). Zijn vriend Pé heeft hem overgehaald bij hem thuis naar de Matthäus Passion van Bach te komen luisteren. Herman Brood logeert op dat moment bij Hawinkels: ‘De deur gaat open en daar staat Herman Brood, over wie Pé me weleens verteld heeft. […] Hij heeft een pyamabroek aan, een ouderwetse gestreepte die hem veel te groot is, en een rafelig colbert, verder niets. Hij houdt een fles Bokma onder zijn arm geklemd, oude jenever, zo’n vierkante fles dus, en zegt: “De heren zitten hier wel erg lawaai te maken.” […] Hij sluit zijn ogen en steekt dan zijn vinger omhoog: “Dit is dus het mooiste wat er is.” Hij schudt langzaam zijn hoofd: “Wie dat niet hoort, kan net zo goed ophouden.” En hij draait zich om en sluit de deur achter zich.’

Hawinkels ging tot de scene van Herman Brood behoren en hij verhoogde zijn drugsconsumptie; een stevige innemer van alcoholische dranken was ie al. Hij kreeg een boete van tweehonderd gulden voor lsd-bezit, blijkens een bericht in De Gelderlander van 26 januari 1970 (opgenomen in Veertig jaar n.P.). Gesuggereerd werd in dat nieuwsbericht dat hij het spul aan het dealen, verkopen, was. Maar dat kon de politie niet bewijzen.

Pé Hawinkels was een kleurrijke verschijning in het Nijmegen van de jaren zestig en zeventig. Hij kende veel mensen en veel mensen kenden hem; niettemin volgde hij altijd als einzelgänger volstrekt zijn eigen weg. René van Hoften geeft in Veertig jaar n.P. een treffende beschrijving van de Nijmeegse bohemien: ‘Hawinkels was een opvallende figuur, wist te imponeren met grote auto’s (Citroën, DS, Jaguar Mark X, NSU Ro 80 en BMW 2500), was prominent aanwezig in de studentenwereld en in het caféleven (Extase, Trianon, Stellakelder), experimenteerde met drugs en had altijd mooie vrouwen om zich heen.’ Wat dat laatste betreft schreven Ans Hobbelink en Agnes Verheggen in hun opiniestuk ‘De versierder van Nijmegen’, verschenen in de Volkskrant van 25 augustus 1979 (en opgenomen in Veertig jaar n.P.): ‘Ongetwijfeld waren er vrouwen met wie Pé leven en werk echt kon delen. Sommige relaties zullen voor hem ook een bron van inspiratie zijn geweest. Maar wat eveneens gezien moet worden is dat hij vrouwen gebruikte. Of, om met zijn eigen woorden te spreken: om er de accu mee op te laden.’

Vingertoppen

Uiteindelijk ging het Pé Hawinkels om schrijven, schrijven en nog eens schrijven. Zijn productie was enorm, waarbij hij vaak stijlvast wist te blijven. Soms waren zijn vingertoppen zo bezeerd door het tikken op de toetsen van de typemachine dat hij er pleisters omheen deed om dóór te kunnen tikken.

Pé Hawinkel valt als schrijver, dichter en vertaler niet in een hokje te plaatsen. En dat wilde hij ook niet. Laat ik om dat te illustreren eindigen met een veelzeggend citaat uit het vriendenboekje van Frits Robeerst, Vriend Pé: ‘[…] hij wil vanuit zijn keurigsjieke Jaguar een praatje maken met een schimmige hasjdealer. Hij wil LSD gebruiken en bijbelfragmenten vertalen. Waarom niet? […] Pé is een mens die de wereld zélf authentiek wil doorleven, zonder een manifest vol aanwijzingen en opgelegde wetten. Pé is een literaire Robinson Crusoe. Een Pé Hazewinkel is wars van kuddes en de hokjesgeest. Hij kan dan wel in de ogen van sommigen de werkmansezel van het Schrift zijn geworden, maar hij is ook een atheïst die in het geloof een kussen heeft gevonden dat hem ervan verzekert dat hij twijfelt.’

Omslag Vriend Pe

– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –

De manifestatie vorige week in Nijmegen over Pé Hawinkels omvatte een vertalerscongres en een tentoonstelling aan de Radboud Universiteit, een themamiddag onder de titel ‘Pé Hawinkels, Jazz & Poetry’ in de openbare bibliotheek Mariënburg, een literaire stadswandeling, en het in het leven roepen van de Pé Hawinkels-prijs bij literair productiehuis Wintertuin.

Het prachtig vormgegeven 40 jaar n.P., Pé Hawinkels 1942-1977, Nijmeegs schrijver, dichter, vertaler bestaat uit een genummerde oplage van 237 exemplaren (ik ben in het bezit van nummer 231). Dit aantal komt overeen met het aantal pasfoto’s van Pé Hawinkels; elk exemplaar heeft een unieke pasfoto op het omslag van de cassette. Inbegrepen zijn twee cd’s, bevattende de geluidsopnamen van de vijf PeHa-suites en twee oude geluidsopnamen (uit 1983, vrienden halen herinneringen op; en uit 2012, interviews met Hawinkels-biograaf Cees Koster en met Pius Drijvers, die samen met Hawinkels bijbelvertalingen maakte). Redactie en uitgever: Collectief Vrienden van Pé. De eenmalige oplage is uitverkocht.

Frank Antonie van Alphen: Vriend Pé. Het relaas van de boezemvriendschap tussen schrijver Pé Hawinkels en zijn Hoensbroekse vriend Frits Robeerst. Mogelijk nog te bestellen via www.frankantonie.nl

Van de themamiddag ‘Pé Hawinkels, Jazz & Poetry’ is een videoregistratie gemaakt, die op een later moment te bekijken valt. Voor informatie over de beschikbaarheid op YouTube: Bas Andriessen https://www.youtube.com/user/fornebu of Michêl Holla https://www.youtube.com/user/michelholla

Aan Pé Hawinkels is al de nodige aandacht besteed, zoals in 1979 met het boek ‘Moet dit een wereldbeeld verbeelden?’ Als pdf te lezen via: http://www.dbnl.org/tekst/boek010moet01_01/boek010moet01_01.pdf

cover 2

Jelle Jeensma

Schrijver Jelle Jeensma

Als journalist publiceerde ik over uiteenlopende onderwerpen, maar vooral over film, literatuur en onderwijs. Ik redigeerde boeken, tijdschriften, brochures en artikelen. Van diverse filmbladen en universiteitsbladen was ik hoofd- of eindredacteur. Bij een dagblad was ik chef kunst. Als freelancer werkte ik voor verschillende journalistenbureaus. Als ghostwriter kroop ik in de huid van anderen en schreef ik zowel persoonlijke als zakelijke stukken.

Bekijk de essays van Jelle Jeensma

Uw reactie

%d bloggers liken dit: