Passie en lijden: bron van liedkunst en literatuur

Door 15 december 2016film en literatuur

Eleonora

‘Eleonora en de liefde’ heet de nieuwe roman van Pim Wiersinga, in een vorig leven mijn voorganger bij Scriptplus. Het is een kloek boek, maar die lengte wordt door de inhoud gerechtvaardigd. Verhaald wordt over de ‘minneliefde’ zoals die eind twaalfde eeuw werd vertolkt door troubadours. Een ‘oneigentijdse’ vertelling.

Pim Wiersinga debuteerde in 1992 met ‘Honingvogels’ over een Antwerpse vrouw die de minnares van de Chinese keizer Guangxu zou zijn geweest. Met deze roman zette de auteur de grondtoon voor zijn latere romans: bij Wiersinga speelt het verhaal zich altijd elders af, op exotische locaties of in een ver verleden. En dan ligt daar nu ‘Eleonora en de liefde’, waarin eveneens fictie en historische waarheid onontwarbaar zijn vervlochten. Wiersinga’s credo als romancier: ‘Fictie is de herinnering aan wat nooit is gebeurd. De feiten mogen kloppen, maar de fantasie moet kloppen.’

‘Eleonora en de liefde’ gaat over de ‘minne’, de hoofse liefde in de twaalfde eeuw. Hertogin Eleonora van Aquitanië (1122-1204) werd door haar huwelijken koningin van Frankrijk, koningin van Engeland en regentes van Engeland. Aan haar hof gaf zij alle ruimte aan de kunsten. Zo stimuleerde zij de troubadourlyriek. Troubadours in het zuiden van Frankrijk, met name de Langue d’Oc, bezongen vol passie de hoofse liefde, de ‘amour courtoise’.

Hoofdpersoon is Thomas de Blondel, die als troubadour aan het hof van gravin Marie in Troyes, de dochter van Eleonora, gedwongen wordt zijn heil elders te zoeken. Hij begeeft zich naar het hof van Eleonora, waar hij tot haar intimi gaat behoren. Op Allerzielen 1190 wordt hij verbannen, omdat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan majesteitsschennis. Die majesteitsschennis bestaat er in dat hij betrapt wordt als hij de liefde bedrijft met de toekomstige gemaal van Richard Leeuwenhart: Berengaría van Navarra. Richard is de zoon van Eleonora.

Overspel?

De rechtszitting die leidt tot zijn veroordeling is trouwens nogal geestig. Uiteenlopende overwegingen worden uitgesproken. Bijvoorbeeld: kan iemand veroordeeld worden voor zo’n seksuele daad als zijn partner nog ‘vrij‘ (ongetrouwd) is? Is er dan sprake van overspel? Richard Leeuwenhart was op het moment suprême op kruistocht en het huwelijk met Berengaría wordt hem door zijn moeder opgedrongen, want er moet een stamhouder komen.

Troubadour Thomas, inmiddels opgeklommen tot de eerste onder zijn gelijken, namelijk gildemeester, leidt met zijn lier en vedel een zwervend bestaan, totdat hij het plan opvat om uit te vinden waar Richard gevangen zit. De Duitse keizer heeft hem opgesloten in een van zijn kastelen en eist een fiks bedrag aan losgeld. Als het Thomas lukt om Richard te traceren, zo neemt hij aan, wordt hij vast gerehabiliteerd. En wie weet leidt dit ook tot het weerzien met zijn geliefde Berengaría. Samen met die andere beroemde minnezanger, Walter von der Vogelweide, gaat hij in het Duitse Rijk op zoek naar Leeuwenhart.

Geheime kronieken

Dit verhaal in een notendop getuigt van een fantasierijke geest. En die heeft auteur Pim Wiersinga zeker. Alleen is het wel zo dat personages die hij leven inblaast daadwerkelijk hebben bestaan. De feiten mogen van de auteur kloppen en dat doen ze ogenschijnlijk vaak. Zo hebben de leermeesters van Thomas, troubadours Bertram de Born en Bernart De Ventadorn, werkelijk geleefd in die tijd. Evenals de ketterjager Pierre De Castelnau, die de Albigenzen of Katharen – afvallige christenen van de Kerk van Rome – naar het leven stond. Maar ook de Duitstalige minnezanger en dichter Walter von der Vogelweide. Pim Wiersinga brengt ze in zijn roman tot elkaar. Thomas de Blondel is losjes gebaseerd op Blondel de Nesle (ca. 1155-1202), een Franse ‘trouvère’, een rondreizende zanger van minneliederen.

Eleonora van Acquitanië staat geboekstaafd als de minnevorstin, de schutspatroon van hoofse vormen. In de geschiedschrijving wordt zij niet altijd even positief afgeschilderd, maar Pim Wiersinga kiest voor een vrouw van koninklijken bloede die een humanisme avant la lettre uitdraagt. Wij worden gewag van haar innerlijke roerselen doordat de auteur ons haar dagboek, haar ‘geheime kronieken’, regelmatig voorschotelt. Die passages zijn een welkome afwisseling op de lotgevallen van Thomas, die in de derde persoon worden beschreven. Wat het boek vooral levendig maakt, zijn de talrijke dialogen die de personages met elkaar voeren.

Oneigentijdse roman

‘Eleonora en de liefde’ is een oneigentijdse roman. En dan doel ik niet op het feit dat de roman aan het einde van de twaalfde eeuw speelt. Veel hedendaagse romans kennen een personage dat, letterlijk of figuurlijk, een weg aflegt die leidt tot een bepaald inzicht. Dat individu kan omringd worden door anderen, maar staat in zijn eenzaamheid vaak alleen in het leven. Dat komt naar voren in de romans van de Deense schrijver Jens Christian Grøndahl of de Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee, die ook in Nederland gretig gelezen worden. De mens wordt in de hedendaagse literatuur voorgesteld als een nomade, een zwerver, een eigentijdse Odysseus.

Maar Odysseus was mentaal weerbaar en hij had een doel: thuiskomen. De ‘reis’ die veel personages in menig hedendaagse roman afleggen, leidt meestal niet tot bevrijding; bevrijding van de geest, bedoel ik. Vaak is een hoofdpersoon in een roman van tegenwoordig het tegenovergestelde van het individu zoals dat ons ideologisch wordt aangepraat door het neoliberalisme. Hij is weinig autonoom, onzeker, en doet al helemaal niet aan personal branding (zie Facebook, zie LinkedIn, waarin de schijn wordt opgehouden dat we uitsluitend met succesvolle mensen van doen hebben).

Romantische liefde

In deze roman van Pim Wiersinga staat de gemeenschap eerder centraal. Troubadour Thomas de Blendel behoort tot een gilde. En hij maakt deel uit van het hofleven van Eleonora van Acquitanië. De personages in ‘Eleonora en de liefde’ worden regelmatig op zichzelf teruggeworpen, maar uiteindelijk weten zij zich verbonden aan elkaar. In de eerste plaats door de liefde, ook al wordt die lang niet altijd geconsumeerd. Bij de ‘minne’ gaat het dan ook vooral om hartstocht; de hartstocht voor een geliefde die meestentijds onbereikbaar is. Een troubadour cultiveert dat intense gevoel, want het vormt de inspiratie voor zijn liederen. Bedenk dat de Romantiek pas opkwam aan het einde van de achttiende eeuw, terwijl deze roman met zijn thematiek van de ‘minne’ zich eind twaalfde eeuw afspeelt. Maar goed, liefde is van alle tijden en waarom zou dat ook niet gelden voor de romantische liefde?

Deze roman van Pim Wiersinga is  om nog een andere reden oneigentijds. ‘Eleonora en de liefde’ is namelijk geen psychologische roman. Ook dit onderscheidt dit boek van talloze andere boeken die in onze tijd het licht zien. De psyche van de personages manifesteert zich in ‘Eleonora en de liefde’ in de dialogen. De auteur gebruikt niet het stijlmiddel van de innerlijke monoloog. Dat heeft tot gevolg dat je je als lezer niet zo makkelijk identificeert met de ‘held’ of met wie dan ook. De personages worden als het ware door de lezer op enige afstand waargenomen. In dit verband kan ik het beste de metafoor van het schouwtoneel gebruiken: we zien op de bühne een hoop gebeuren en de personages zijn altijd driftig met elkaar in gesprek. Zelden vallen ze stil. Ik kreeg onwillekeurig de associatie met het toneel van zeventiende-eeuwse toneelschrijvers als Racine en Corneille.

Tegennatuurlijke liefde

Als eigentijdse lezer zie ik het liefste dat een roman onder mijn huid kruipt doordat de personages mij na komen. En dan hoef ik mij niet eens per se met ze te identificeren. Het volstaat als hun menselijkheid voelbaar wordt. Maar ja, voor hetzelfde geld kun je ook beweren dat ‘Eleonora en de liefde’ een actuele roman is die het verlangen naar gemeenschapszin uitdrukt. Velen zoeken tegenwoordig immers ‘verbinding’ in een samenleving die door de mondialisering zijn overzichtelijkheid heeft verloren. Die overzichtelijke samenleving heeft natuurlijk nooit bestaan, maar hij wordt wel door velen gedroomd.

Hoe dan ook, ‘Eleonora en de liefde’ is in de eerste plaats een historische roman met een universeel thema, dat van de liefde. Pim Wiersinga belicht, met veel esprit, de verschillende facetten van de liefde, zoals de hartstocht, wellust en liefde, vriendschap en liefde. Aparte vermelding verdient de ‘tegennatuurlijke’ liefde: die tussen leden van hetzelfde geslacht. Op vanzelfsprekende wijze, alsof de praktijk van de Grieken nog steeds het middeleeuwse leven doordesemt, passeert deze liefde veelvuldig de revue. Eleonora bijvoorbeeld heeft een relatie met haar kamermeisjes Camilla, ook al heeft zij in haar lange leven zeker ook het andere geslacht niet versmaad. Zij roept uit: “Doet het ertoe […] wanneer en waar de vonk oplicht? En of zo’n lichaam man of vrouw toebehoort?”

Haar zoon Richard Leeuwenhart moet zijn – door zijn moeder opgedrongen bruid Berengaría – bezwangeren om zorg te dragen voor een stamhouder, maar hij is eigenlijk een liefhebber van de herenliefde. Mij is onduidelijk of dit historisch waar is, maar Wiersinga’s credo indachtig is fictie de herinnering aan wat nooit is gebeurd. Of, preciezer: fictie is de herinnering aan wat gebeurd zou kunnen zijn.

Liefdestribunaal

Het ‘Traktaat der liefde’ – een andere benaming voor het historische ‘Over de liefde’ – behandelt de minneleer, die wordt voorgesteld als kunstvorm met eigen regels. Auteur is Andreas Capellanus, in de roman de halfbroer van Thomas de Blondel.

Het Traktaat der liefde speelt in de opvattingen over de hoofse liefde een belangrijke rol. Volgens dit traktaat is de lijfelijke liefde onwenselijk in het geval van de hoofse liefde. Het gaat niet om het bevredigen van lusten maar om het verlangen naar de geliefde. Weliswaar onderkent Andreas in ‘Eleonora en de liefde’ dat wellust niet buiten de geest bestaat, maar hij blijft er bij dat het verlangen door de bevrediging niet teniet mag worden gedaan.

Ironisch genoeg baseert het historische traktaat ‘Over de liefde’ zich op de ‘Ars Amatoria’ (de kunst van de liefde) van Ovidius, waarin overspel en list geoorloofd zijn om als man aan je trekken te komen. Duidelijk is dat de personages zich vaker laten leiden door Ovidius dan door Capellanus: hoe zij de liefde nastreven is lang niet altijd verheven. Hiermee rijst de vraag of die hoofse liefde een mythe is.

Van de historische Eleonora wordt gezegd dan zij zogenoemde liefdestribunalen oprichtte. Dit waren gerechtshoven die zich uitspraken over overtredingen van de gangbare mores van de liefde. Zo’n liefdesrechtbank pleit in de roman Thomas alsnog vrij van majesteitsschennis. Zijn ballingschap wordt opgeheven. Allerlei spitsvondige redeneringen, die kant noch wal raken, liggen aan de vrijspraak ten grondslag.

Jongleren

Pim Wiersinga is een begenadigd stilist. Zijn roman kent  levendige beschrijvingen en rake dialogen. Daarnaast weet hij een sfeer te creëren die de twaalfde eeuw invoelbaar maakt. Dat is knap. Hij flikte het ook al in eerder werk, zoals in de historische roman ‘Gracchanten’.

Mede door een ouderwets taalgebruik te bezigen, rakelt Wiersinga een ver verleden op. Soms pakt dat oubollig uit, bijvoorbeeld als hij woorden gebruikt als ‘mitgaders’ en ‘verootmoedigen’.

Wiersinga schept fictie binnen de bandbreedte van de historische werkelijkheid. Maar hij kan ook met historische feiten jongleren. Zoals wanneer hij een van zijn personages een Shakespeareaans citaat in de mond legt: ‘There’s more […] than meets the eye.’ Ook laat hij Marie van Troyes een sonnet van eigen hand voordragen, een dichtvorm van eeuwen later. Het zijn knipogen van de auteur.

Wiersinga heeft een excellente stijl, maar soms is het over de top: “Tijm, rozen, lavendel en pijnboomhars bezwangerden de tintelende berglucht met hun aroma’s. Boven het dal hing een roofvogel op roerloze wieken.” Zijn literaire stijl komt vooral tot zijn recht als deze wordt beteugeld door een strak schema van de plot.

In ‘Gracchanten’ zijn de eerste honderd pagina’s adembenemend om te lezen, maar daarna raak je als lezer het spoor bijster. ‘Het paviljoen van de vergeten concubines’ is een brievenboek en die opgelegde beperking geeft structuur aan de plot. Het taalgebruik is geserreerd en uitermate effectief om het China van weleer op te roepen. Ik vind het zijn beste boek, ook al is het voor Wiersinga’s doen aan de korte kant.

‘Eleonora en de liefde’ is een synthese tussen ‘Gracchanten’ en ‘Het paviljoen van de vergeten concubines’, omdat deze lijvige roman een plot heeft die nergens ontspoort. De minne, die gepassioneerde liefde, soms wel en soms niet uitgeleefd, is in dit boek verheven tot kunstvorm. Een thema dat, zoals gezegd, van alle tijden is. Pierre De Castelnau zegt het zo in de roman: passie is goddelijk, maar zodra ze zich vermenselijkt veroorzaakt ze lijden, ja, is ze de bron daarvan. Troostende gedachte: passie en lijden zijn de bron van liedkunst en literatuur.

Pim Wiersinga: ‘Eleonora en de liefde.’ 612 pag. Uitgeverij In de Knipscheer. Haarlem 2016. € 24,50.

Publicatiedatum: 15 december 2016

Jelle Jeensma

Schrijver Jelle Jeensma

Als journalist publiceerde ik over uiteenlopende onderwerpen, maar vooral over film, literatuur en onderwijs. Ik redigeerde boeken, tijdschriften, brochures en artikelen. Van diverse filmbladen en universiteitsbladen was ik hoofd- of eindredacteur. Bij een dagblad was ik chef kunst. Als freelancer werkte ik voor verschillende journalistenbureaus. Als ghostwriter kroop ik in de huid van anderen en schreef ik zowel persoonlijke als zakelijke stukken.

Bekijk de essays van Jelle Jeensma

Uw reactie

%d bloggers liken dit: