Muurgedichten

Door 16 januari 2015film en literatuur

Derek Walcott

Ooit had ik het geluk op een zonnig terras in Rotterdam te verkeren met Joseph Brodsky en Derek Walcott. De eerste had de Nobelprijs voor Literatuur net ontvangen en de tweede zou hem een paar jaar later krijgen. Twee van de grootste dichters van de twintigste eeuw. Brodsky is inmiddels overleden, Walcott leeft nog.

Joseph Brodsky was, ondanks zijn ballingschap, een uitgesproken Russische dichter. In Rusland maakt poëzie nog op een vanzelfsprekende manier deel uit van het dagelijks leven. Veel Russen weten gedichten, of flarden daarvan, uit het hoofd te citeren. Kom daar eens om in ons land. Poëzie lezen is hier toch vooral een vrijetijdsbesteding voor romantische zielen. En een gedicht wordt nogal eens beschouwd als een cryptogram dat door close reading zijn ‘geheime’ betekenis prijs geeft. Gelukkig staan er tegenwoordig hier en daar Nederlandse gedichten op gebouwen, zoals van Lucebert en Bloem, die tot de verbeelding spreken.

Bezielende woorden

De poëzie van Brodsky is muzikaal. Als je een opname van hem opduikelt (via YouTube), zie je een dichter vol overgave zijn gedichten declameren. Luidkeels, zangerig. In het Russisch. Ook voor degenen die die taal niet machtig zijn, is het een ware belevenis. Het is wat ze tegenwoordig een regelrecht ‘event’ noemen. Poëzie komt toch het beste tot haar recht als ze wordt voorgedragen. Per slot van rekening is het dichten ook zo ontstaan. Er wordt adem in de woorden geblazen, ze komen tot leven, voortgestuwd door metrum, ritme en connotatie.

De poëzie van Derek Walcott is ronduit episch, zeg maar gerust homerisch. Hij weet, bijvoorbeeld in zijn ‘Odyssee’, een uitwaaierende wereld op te roepen. Vol kleur, geur en geluiden. Zijn gedichten verbeelden vaak het warme licht van zijn eiland Saint Lucia. Maar Walcott schuwt in zijn poëzie ook de lelijke kant van het leven niet.

Opsmuk

Den Haag heeft sinds vorig jaar eveneens een muurgedicht van de Caribische dichter. Wat mij betreft gaan nog veel meer gedichten Nederlandse gebouwen en muren sieren. Ze geven opsmuk aan ons bestaan. Ze bevatten bezielende woorden. Ze maken ons rijker. In de hectische tijd waarin wij leven, gunnen wij ons het lezen of beluisteren van poëzie niet meer. Laten we het voorbeeld van Walcott volgen. Daar op dat zonnige terras, tijdens Poetry International Rotterdam, wierp Walcott mij toe: “Voor romans hebben we toch geen tijd meer? Daarom houd ik mij het liefst met poëzie bezig.”

Publicatiedatum: 16 januari 2015

Jelle Jeensma

Schrijver Jelle Jeensma

Als journalist publiceerde ik over uiteenlopende onderwerpen, maar vooral over film, literatuur en onderwijs. Ik redigeerde boeken, tijdschriften, brochures en artikelen. Van diverse filmbladen en universiteitsbladen was ik hoofd- of eindredacteur. Bij een dagblad was ik chef kunst. Als freelancer werkte ik voor verschillende journalistenbureaus. Als ghostwriter kroop ik in de huid van anderen en schreef ik zowel persoonlijke als zakelijke stukken.

Bekijk de essays van Jelle Jeensma

Uw reactie

%d bloggers liken dit: