Lezers willen niet naar de mond gepraat worden

Door 4 januari 2016film en literatuur

Tarkovski.png

Schrijven is zwaar werk. Je moet er talent voor hebben, je moet je ontpoppen tot begenadigd stilist, maar ook een dosis doorzettingsvermogen is onmisbaar. En je doet er beter aan geen rekening te houden met je lezerspubliek.

In ‘Andrej Roebljov’, een film van de Russische regisseur Andrej Tarkovski, wil de grootvorst in het Rusland van 1423 een nieuwe klok laten maken. Alle klokkenmakers zijn echter door een pestepidemie gestorven. Ten langen leste wordt in een afgelegen dorp de zoon van een bekende klokkenmaker gevonden. Zelf is de jongen geen klokkenmaker, maar hij zegt dat zijn vader – kort voordat hij stierf – hem het geheim van het klokken gieten heeft doorgegeven. Hij gaat aan de slag en het blijkt een heidens karwei om zo’n klok te maken. Dan is hij klaar, de klok wordt op zijn klank getest. Het geluid is prachtig.

De verrassing zit hem erin dat de jongen opbiecht dat zijn vader helemaal niet het geheim van het klokken gieten aan hem heeft doorverteld. De zoon heeft er het beste van willen maken en dat is hem door zijn natuurlijk talent en doorzettingsvermogen glansrijk gelukt.

Veel lezen

Dit fragment uit de film van Tarkovski over de veertiende-eeuwse iconenschilder Andrej Roebljov doet mij denken aan de schrijfkunst. Ook bij het schrijven van romans vormen talent en doorzettingsvermogen belangrijke voorwaarden voor een goed resultaat. Maar daarmee ben je er niet. Het is ook onontbeerlijk dat je verteltechnieken beheerst. Die kun je je eigen maken door het volgen van schrijfonderwijs. Daarbovenop moet je als schrijver in spe veel lezen. Alleen door op de schouders van reuzen in de wereldliteratuur te gaan staan, heb je kans om een meesterwerk af te leveren.

Iemand die de ambitie heeft om een boek te schrijven, een schilderij of beeld te maken, zal dus eerst goed moeten kijken naar geslaagde voorbeelden. Daarom zijn de eerstelingen van kunstenaars vaak imitaties van bewonderde schrijvers, beeldend kunstenaars of toondichters. Het zijn vingeroefeningen. Als jeugdwerk kan het de prullenbak in, of je moet Mozart heten.

Persoonlijke stijl

Natuurlijk blijft het niet bij talent, doorzettingsvermogen en techniek. Iedere kunstenaar beschikt over een persoonlijke stijl. Kunstwerken krijgen op karakteristieke wijze gestalte. Vandaar dat je een schilderij van Vermeer of een film van Tarkovski uit duizenden herkent.

Er is nog een andere voorwaarde nodig voor het creëren van een kunstwerk: een tentoon gespreide visie op het leven, door de (doorleefde) persoonlijkheid van de maker. Hoe mensen met elkaar omgaan, wat ze elkaar aandoen. Hoe in een boek een personage zijn innerlijk ervaart of hoe de uiterlijke werkelijkheid wordt beschreven. In alle variëteit aan visies valt evenwel dezelfde grondtoon te beluisteren: die van de tragiek. Grote kunst heeft iets tragisch. Hoogstens krijgen we als lezer, als kijker op de koop toe een aristotelisch inzicht, dat een louterende werking op ons heeft. Dat ons verzoent met het bestaan.

Let wel, het gaat hier om een inhoudelijk effect. Daarnaast is er bij grote kunst sprake van een esthetisch effect: de ervaring van schoonheid. De schoonheid van een schilderij, muziekstuk, film, toneelstuk, boek.

Boeken met een ‘happy end’ zien we niet vaak in de literatuur. Hoogstens is er, net als in veel arthousefilms, sprake van een open einde. De lezer of kijker kan zelf het verdere verloop invullen. Gelachen wordt er vooral in lichtvoetiger genres, zoals de komedie, het cabaret, het amusement op televisie. Entertainment, noemen we dat tegenwoordig. Dit staat lager in de hiërarchie van de kunsten. Het is kitsch, als ironische tegenhanger van kunst, volgens de schrijver Milan Kundera. Die trouwens in zijn vroege romans het communistisch regime in zijn moederland Tsjecho-Slowakije lachwekkend beschreef.

Formuleschrijvers

Talent, doorzettingsvermogen (onderschat vooral deze niet!), techniek, stijl, visie. Heb je die allemaal, ga er dan maar aan staan. En schep een ‘welluidende klok’.

Doe dat rücksichlos, dat wil zeggen: houd op voorhand geen rekening met je lezerspubliek (‘doelgroep’, in het marketingjargon). Wees radicaal en schep iets wat jíj wilt maken. De paradox is dat lezers dat het meest waarderen. Ze willen niet naar de mond gepraat worden. Ze willen een nieuwe ervaring, voorbij hun eigen beperkte horizon. Dát weten ze op waarde te schatten.

Literatuurcriticus Jeroen Vullings schreef in het kerstnummer van Vrij Nederland een essay getiteld ‘Pleidooi voor weerbarstigheid’. Welke Nederlandse schrijver is stilistisch zo virtuoos dat een vertaler die diens boek naar een andere taal vertaalt er een hele kluif aan heeft? Het is bijkans een retorische vraag, maar de situatie is in Vullings’ ogen penibeler. Hij ziet stapels Nederlandstalige romans van schrijvers die beschikken over een beperkt vocabulaire, die clichés niet schuwen, en die uit onmacht niet verder komen dan het creëren van ‘simpelheid’. Er zijn ‘cohorten schrijvers’ wier romans wel in een mal gegoten lijken te zijn: ‘eenvormig, karakterloos, steriel’. Of, voeg ik eraan toe, het zijn ‘formuleschrijvers’ – naar de typering van Joost Zwagerman in zijn laatste interview.

Vullings haalt de essaybundel ‘Waarom ik lees’ van Tim Parks aan, die een somber beeld schetst van veel huidige literatuur. Schrijvers, zeker die uit kleine taalgebieden, die de sprong willen maken naar een internationaal lezerspubliek houden bij het schrijven met deze diffuse doelgroep rekening. Er is ‘een tendens om obstakels te laten verdwijnen die een internationaal begrip in de weg staan’, aldus Parks. Het particuliere karakter van een taal of dialect wordt weggemoffeld. De taal wordt geformatteerd. Een schrijver verloochent hiermee zijn oorspronkelijke stem.

Kunsttaal

Jeroen Vullings wijst erop dat de literaire taal ‘een aangeleerde, dus een vreemde taal is. Een vreemde taal waarin je steeds beter wilt worden’. Literaire taal is een kunsttaal, een artificiële taal. Naar mijn opvatting: het is de taal van iemand met schrijftalent, met veel doorzettingsvermogen (er zal veel moeten worden herschreven en geschrapt), die verteltechnieken heeft geleerd of die verteltechnieken heeft afgekeken van grote voorgangers, die zijn woorden op hoogst persoonlijke wijze weet te munten – en dat alles gebaseerd op een visie over het leven. Voor minder zou een schrijver het niet moeten doen. Leg de lat hoog, wees ambitieus.

Ik geloof daarom niet dat de zoon van de klokkenmaker uitsluitend door talent en doorzettingsvermogen die welluidende klok wist te maken. Hij zal vaak genoeg hebben gezien hoe zijn vader klokken goot. En hij zal ook een idee hebben ontwikkeld over een klok met een zuiver geluid. Dat maken van die klok was een hele krachttoer. De zoon van de klokkenmaker wist met zijn prestatie de iconenschilder Andrej Roebljov, die zichzelf lange tijd het zwijgen had opgelegd, weer aan het praten te krijgen. En aan het schilderen van iconen. De schoonheid van die iconen, vensters op de hemel, is ons alsnog ten deel gevallen.

Publicatiedatum: 4 januari 2016

Jelle Jeensma

Schrijver Jelle Jeensma

Als journalist publiceerde ik over uiteenlopende onderwerpen, maar vooral over film, literatuur en onderwijs. Ik redigeerde boeken, tijdschriften, brochures en artikelen. Van diverse filmbladen en universiteitsbladen was ik hoofd- of eindredacteur. Bij een dagblad was ik chef kunst. Als freelancer werkte ik voor verschillende journalistenbureaus. Als ghostwriter kroop ik in de huid van anderen en schreef ik zowel persoonlijke als zakelijke stukken.

Bekijk de essays van Jelle Jeensma

Uw reactie

%d bloggers liken dit: